Tommy is een klein jongetje van drie jaar. Hij houdt van spelen. Hij houdt van zijn speelgoedauto's. Maar vandaag voelt Tommy zich een beetje verdrietig. Zijn beste vriend, Max, kan niet komen spelen.
“Waarom kan Max niet komen?” vraagt Tommy. “Ik wil met hem spelen!”
Mama zegt: “Max is ziek, maar hij zal snel beter worden. Je kunt nu alleen spelen.”
Tommy kijkt naar zijn speelgoedauto's. Hij speelt met een rode auto. “Vroom, vroom!” zegt hij. Maar het is niet zo leuk zonder Max.
Plotseling belt de deur. Het is Lotte, een nieuwe vriendinnetje. “Mag ik binnenkomen?” vraagt ze blij. “Ik heb ook auto's!”
“Ja, kom maar!” zegt Tommy met een glimlach. Lotte heeft een blauwe auto. Ze zijn verschillend, maar dat is leuk.
“Laten we racen!” zegt Lotte. Tommy knikt. “Ja, racen!” Ze zetten de auto's naast elkaar. “Klaar? Af!” roept Lotte. Ze duwen de auto's snel vooruit.
“Vroom, vroom!” lachen ze allebei. Het is zo leuk om samen te spelen. Tommy voelt zich beter.
Na het racen zegt Lotte: “Wil je een verhaal vertellen?” Tommy knikt enthousiast. “Ja! Een verhaal over een grote auto!”
Lotte luistert. “Dat is een mooi verhaal! De grote auto is sterk!” zegt ze. Tommy lacht en zegt: “Ja, de auto helpt anderen!”
Ze spelen nog een tijdje samen. Tommy vergeet zijn verdriet. Vriendschap is fijn.
Als het tijd is om naar huis te gaan, zegt Lotte: “Dit was leuk! Laten we morgen weer spelen!”
Tommy lacht. “Ja, dat wil ik!” Hij wave naar Lotte.
Tommy leert iets belangrijks vandaag. Vriendschap maakt je blij. Vriendschap is speciaal. En Tommy weet, het is fijn om vrienden te hebben.