Lina, Emma, Sara en Noa spelen samen. Ze zijn beste vriendinnen. Ze lachen en dansen in de tuin.
"Ik heb een bal!" zegt Lina. "Wil je spelen?"
"Ja, ja!" roepen Emma, Sara en Noa.
Ze spelen met de bal. Ze passen de bal naar elkaar. Het is leuk! Maar dan, oh nee! De bal rolt weg.
"Waar is de bal?" vraagt Emma.
"Ik zie het niet," zegt Sara.
"Ik zoek wel," zegt Noa. Ze kijkt onder de struiken. "Geen bal hier."
Lina is verdrietig. "Ik wil de bal terug," zegt ze.
Emma zegt: "Laten we samen zoeken!"
"Ja, samen!" zegt Sara.
Ze zoeken bij de bloemen. "Hier is de bal!" roept Noa.
"Goed gedaan, Noa!" zegt Lina blij.
Maar de bal is kapot. "Oh nee," zegt Sara. "De bal is stuk."
Lina is boos. "Wie heeft de bal kapot gemaakt?" vraagt ze.
"Het was niet mijn schuld," zegt Emma.
"Het maakt niet uit," zegt Noa. "We kunnen samen een nieuwe bal maken."
"Ja, laten we dat doen!" zegt Sara.
Ze gaan naar de winkel. "Kijk, daar zijn ballen!" zegt Lina.
Ze kiezen een mooie, nieuwe bal. "Deze is perfect!" zegt Emma.
Ze kopen de bal. "We zijn weer vrienden," zegt Noa.
"Ja, vrienden!" zeggen ze samen.
Lina, Emma, Sara en Noa spelen weer. Ze lachen en hebben plezier.
"Vriendschap is belangrijk," zegt Lina.
"Ja, heel belangrijk!" zeggen de anderen.
"Als we samen zijn, is alles leuker," zegt Sara.
"Vriendschap maakt ons blij," zegt Noa.
Ze spelen met de nieuwe bal. Ze zijn gelukkig. Vriendschap is een schat!