Lieve Anna zat op de grond met haar speelgoed. Haar poppen lagen verspreid. Anna voelde zich een beetje verdrietig. Ze miste haar vriendje Sam. Sam zat in een rolstoel, maar dat maakte Anna niets uit. Ze hield van Sam omdat hij haar altijd aan het lachen maakte.
"Mama," riep Anna, "ik wil met Sam spelen."
Mama glimlachte. "Waarom bel je Sam niet op, Anna? Misschien wil hij ook spelen."
Anna pakte de telefoon. "Hallo, Sam? Kom je spelen?"
Even later kwam Sam binnen, met zijn grote glimlach. Anna was zo blij! Ze gaven elkaar een knuffel. "Laten we een toren bouwen," zei Sam.
Ze pakten blokjes en begonnen samen een toren te bouwen. "Kijk hoe hoog!" lachte Anna. Maar oh nee, de toren viel om!
Sam lachte. "Laten we het nog een keer proberen!"
Anna keek naar Sam. Hij was altijd zo vrolijk en geduldig. Samen bouwden ze de toren opnieuw. En nog een keer als die weer viel.
"Mama, kijk!" riep Anna toen de toren eindelijk bleef staan. Mama klapte in haar handen. "Wat een mooie toren, Anna en Sam!"
Anna voelde zich gelukkig. Ze keek naar Sam en zei: "Jij bent mijn beste vriend, Sam." Sam glimlachte. "En jij bent mijn beste vriend, Anna."
Die dag leerde Anna dat vriendjes altijd samen lachen, samen spelen en elkaar altijd helpen. Vriendschap is fijn, dacht Anna, en Sam dacht dat ook. Samen zijn ze blij.