In een grote, groene vallei, onder de warme zon, leefde een vrolijke vélociraptor genaamd Velo. Velo was snel en slim. Op een dag zei hij: "Ik wil iets avontuurlijks doen!"
Zijn vriend, de grote brontosaurus Bobo, keek op. "Wat wil je doen, Velo?" vroeg Bobo met zijn zachte stem.
Velo sprong op en neer. "Ik wil de hoogste berg beklimmen! Dan kan ik de hele wereld zien!"
Bobo lachte. "Dat klinkt leuk! Maar het is een grote berg. Heb je hulp nodig?"
"Ja, graag!" zei Velo. "Laten we gaan!"
Ze begonnen hun avontuur. Terwijl ze liepen, zagen ze mooie bloemen. "Kijk, Bobo! Kijk naar die mooie bloemen!" zei Velo.
Bobo snuffelde eraan. "Ze ruiken lekker! Maar we moeten doorlopen."
Ze kwamen bij een brede rivier. "Oh nee! Hoe steken we over?" vroeg Velo.
Bobo zei: "Ik heb een idee! Klim op mijn rug. Dan kunnen we samen oversteken!"
Velo sprong op Bobo's rug. "Dank je, Bobo! Je bent de beste vriend!"
Ze zwommen samen naar de overkant. Toen ze aan de andere kant waren, riep Velo: "Kijk, de berg! We zijn bijna daar!"
Ze klommen de berg op. Het was steil en moeilijk, maar Velo was dapper. "Ik kan het! Ik kan het!" riep hij.
Eindelijk stonden ze bovenop de berg. "Wauw!" zei Velo. "Kijk naar de wereld beneden!"
Bobo glimlachte. "Ja, het is prachtig! Goed gedaan, Velo!"
Velo sprong van blijdschap. "Dank je, Bobo! Samen zijn we sterk!"
En zo genoten Velo en Bobo van hun avontuur. Ze wisten dat ze altijd vrienden zouden blijven.