Lang, lang geleden, bij een warme rivier, liep Dipo de diplodocus rustig rond. Hij had een lange nek en een zachte staart. De lucht was blauw. De varens wiegden heen en weer.
Dipo hoorde een zacht zing-geluid. Het kwam uit een klein steentje dat glansde in het zand. Dipo boog zijn nek. “Wat ben jij?” zegt Dipo.
“Ik ben een maansteen,” zegt het steentje. “Ik kan licht maken, ook als het donker wordt.”
Dipo lacht. “Dat is fijn. Ik wil graag zacht licht.”
Op dat moment komt Tria de triceratops aan. “Hoi Dipo,” zegt Tria. “Ik zoek water.”
“Hier is water,” zegt Dipo. “En kijk, een maansteen!”
Tria kijkt blij. “Wat mooi!”
Ook Timo de jonge t-rex komt stap voor stap dichterbij. Hij is klein en vriendelijk. “Mag ik ook kijken?” zegt Timo.
“Ja,” zegt Dipo. “We kijken samen.”
De maansteen geeft een rond, warm licht. Het licht danst op het water. Het lijkt op kleine sterretjes. De drie dino's zitten dicht bij elkaar. Ze luisteren naar de rivier. Sss, sss.
Dan waait er wind. Het zand schuift over de maansteen. De glans is weg.
“Oei,” zegt Tria zacht.
Dipo buigt weer. Heel rustig blaast hij het zand weg. “Zo,” zegt Dipo.
De maansteen glanst weer. “Dank je,” zegt de maansteen.
Timo klapt blij met zijn kleine pootjes. “Het licht is terug!”
Dipo zegt: “We kunnen ook leren. Wind kan zand duwen. Dan helpen we elkaar.”
De zon zakt. Het zachte licht blijft. De dino's voelen zich warm en blij.
Moraal: Als je samen rustig helpt, wordt alles weer licht en fijn.