Kleine T-rex heet Tim. Tim is groot en sterk. Maar Tim is ook nieuwsgierig.
Tim kijkt rond. "Wat is daar?" vraagt Tim. Hij ziet een eiland. Een mysterieus eiland.
Tim loopt, stap, stap, stap. Hij gaat naar het eiland. "Hallo, eiland!" roept Tim vrolijk.
Op het eiland ziet Tim grote bloemen. "Wat een mooie bloemen!" zegt Tim. De bloemen bewegen in de wind. Ze zwaaien naar Tim. Tim lacht. "Hallo, bloemen!"
Dan ziet Tim water. Het water maakt geluid. "Plons, plons," zegt het water. Tim kijkt en ziet zijn vriendje, Dino de Diplodocus. "Hallo, Tim!" roept Dino.
"Wat doe je hier, Dino?" vraagt Tim. "Ik speel in het water," zegt Dino. "Kom je spelen?"
Tim springt in het water. "Plons!" zegt Tim. Tim en Dino zwemmen samen. Ze lachen. "Wat een plezier!"
Na het zwemmen ziet Tim een hoge boom. "Wat is dat?" vraagt Tim. Hij kijkt omhoog. In de boom zit Betty de Brontosaurus. "Hallo, Betty!" roept Tim.
"Kom naar boven, Tim!" zegt Betty. Tim klimt omhoog. "Klim, klim, klim," zegt Tim.
Boven in de boom zien ze de zon. De zon is warm en geel. "Wat een mooie dag," zegt Betty.
"Ja," zegt Tim. "Het eiland is magisch."
Tim, Dino en Betty spelen nog lang op het eiland. Ze lachen en glimlachen. Samen zijn ze blij.
"Tot ziens!" zegt Tim als hij naar huis gaat. Het eiland zwaait gedag. En Tim is gelukkig.
De zon gaat onder en de sterren komen tevoorschijn. Tim droomt van het magische eiland. Het is een heel fijne droom.