In de grote jungle woonden veel dinosaurussen. Onder hen was er een vrolijke Triceratops. Hij had drie hoorns en een grote rug. Zijn naam was Trixie.
"Ik ga op avontuur!" zei Trixie. "Ik wil mijn eigen plek vinden."
Trixie liep door de jungle. De bomen waren hoog. De bladeren waren groen. "Wat een mooie plek!" riep Trixie. "Hier wil ik blijven!"
Maar Trixie was niet alleen. Een andere dino kwam aan. Het was een grote Brachiosaurus. "Hallo, kleine Triceratops!" zei hij. "Wat doe je hier?"
"Ik zoek mijn eigen plek, grote vriend!" antwoordde Trixie.
"Kom met mij mee!" zei de Brachiosaurus. "Ik ken een geweldige plek!"
Trixie volgde de grote dino. Ze kwamen bij een mooie open plek. De zon scheen. Er waren veel bloemen. "Kijk, Trixie! Dit is een perfecte plek!" zei de Brachiosaurus.
"Ja, het is prachtig!" zei Trixie. "Hier kan ik spelen!"
Terwijl Trixie speelde, kwam er een andere dino. Het was een vrolijke Stegosaurus. "Hallo Trixie! Mag ik meedoen?" vroeg hij.
"Ja, kom spelen!" riep Trixie.
Ze speelden samen. Ze renden, ze dansten en lachten. "Dit is mijn nieuwe thuis!" zei Trixie blij.
Trixie had vrienden gevonden. De jungle was vol leven. “Ik ben gelukkig,” zei Trixie. “Deze plek is speciaal.”
En zo speelden Trixie en haar vrienden elke dag in de mooie jungle.