Lotte is een klein meisje van drie jaar. Ze speelt vaak buiten. Lotte houdt van de zon en de bomen. Haar beste vriend heet Sam. Sam woont naast haar. Ze spelen samen elke dag.
Op een dag, zegt Lotte: “Sam, kom spelen!” Sam komt snel. “Wat willen we doen?” vraagt hij. “We kunnen verstoppertje spelen!” zegt Lotte blij. Ze tellen tot tien. “Een, twee, drie…” Lotte verbergt zich achter de grote boom. Sam zoekt haar. “Waar is Lotte?” vraagt hij. Hij kijkt onder de tafel en achter de struiken. Dan ziet hij haar. “Ik zie je, Lotte!” roept hij. Lotte lacht. Ze zijn beide blij.
Na het spelen gaan ze samen knutselen. Lotte zegt: “Laten we een mooie tekening maken!” Sam pakt de kleurpotloden. Ze tekenen bloemen en de lucht. “Kijk, zo mooi!” zegt Sam. “Ja, heel mooi!” zegt Lotte. Ze lachen en delen hun kleuren.
Soms zijn ze het niet eens. “Ik wil de rode kleur!” zegt Lotte. “Maar ik ook!” zegt Sam. Ze kijken naar elkaar. “Laten we om de beurt kiezen,” zegt Lotte. “Dat is een goed idee!” zegt Sam. Ze leren samen delen.
Aan het einde van de dag zegt Lotte: “Ik ben blij dat jij mijn vriend bent.” Sam zegt: “Ik ook, Lotte. Jij bent de beste vriend!” Ze knuffelen elkaar. Vriendschap is fijn. Vriendschap maakt iedereen blij.