Hoofdstuk 1: De Donkere Bos
Er was eens een klein jongetje genaamd Tom. Tom was drie jaar oud en hield van avontuur. Op een zonnige dag besloot Tom om in het bos te spelen. Het bos was groot en vol met hoge bomen die als reuzen stonden. De bladeren fluisterden in de wind en de zonnestralen dansten op de grond.
“Wat een mooi bos!” zei Tom blij. “Ik ga verkennen!”
Tom liep verder en verder. Maar plotseling werd het donkerder. De bomen leken dichterbij te komen. “Oh, wat is dit eng!” zei Tom, maar hij was dapper. “Ik kan dit aan!”
Héél ver in het bos, hoorde Tom een vreemde geluid. “Grrr… Grrr…” Het klonk als een grote, gemene wolf. Tom voelde zich een beetje bang, maar hij zei tegen zichzelf: “Ik ben dapper! Ik ga niet weg!”
Hoofdstuk 2: De Grote Boze Wolf
Tom keek om zich heen en daar was hij! De grote boze wolf stond voor hem met zijn scherpe tanden en zijn glimmende ogen. “Waarom ben jij hier, kleine jongen?” vroeg de wolf met een grijns.
“Ik... ik ben aan het spelen,” zei Tom, terwijl hij zijn schouders rechtte. “En jij? Wat doe jij hier?”
“Ik zoek iets te eten,” zei de wolf. “Denk je dat jij een lekkere hap voor mij bent?”
Tom dacht snel na. Hij moest slim zijn! “Nee, ik ben geen hap. Maar ik kan je wel iets veel beters geven!” zei Tom.
“Huh? Wat is dat?” vroeg de wolf nieuwsgierig.
“Ik weet waar de zoetste bessen groeien! Kom maar mee!” zei Tom enthousiast. De wolf was verrast en volgde Tom, want hij hield van bessen.
Hoofdstuk 3: Vriendschap en Bessen
Tom leidde de wolf naar een plek vol met prachtige bessen. “Kijk! Hier zijn ze!” zei Tom en hij plukte een grote, rode bes. “Probeer ze!”
De wolf nam een hap en zijn ogen werden groot. “Mmm, deze zijn heerlijk!” zei de wolf met een grijns. “Dank je, kleine jongen!”
“Laten we samen bessen eten!” zei Tom. Terwijl ze samen aten, merkte de wolf dat hij niet zo boos meer was. Hij voelde zich blij en warm van binnen.
“Weet je, Tom,” zei de wolf, “ik wil geen kleine jongen meer opeten. Ik wil vriendjes zijn!”
Tom lachte. “Dat is een geweldig idee! Laten we vrienden worden!”
En zo gebeurde het, Tom en de grote boze wolf werden de beste vrienden. Ze speelden samen in het bos en deelden bessen.
Tom leerde dat moed niet alleen gaat om geen angst hebben, maar ook om vriendelijkheid te tonen, zelfs aan degenen die je misschien bang maken. En de wolf leerde dat vriendschap veel zoeter is dan een hapje.
En ze leefden nog lang en gelukkig in het mooie, groene bos.