Hoofdstuk 1: In het toverbos
“Mama, mag ik buiten spelen?” vraagt kleine Lila met haar zachte stem.
“Ja hoor, lieve Lila, maar blijf dichtbij het pad,” zegt mama.
Lila huppelt naar het toverbos, waar de bomen dansen in de wind en de bloemen fluisteren.
“Hallo boompjes, hallo bloemen!” lacht Lila.
Ze zwaait naar een blauwe vogel.
“Dag vogeltje! Wat vlieg je mooi!”
De vogel fladdert en zingt: “Lila, kijk uit, de grote boze wolf woont hier.”
Lila fronst haar neusje.
“Is de wolf echt zo boos, vogeltje?”
“Hij huilt elke nacht onder de zilveren maan,” zingt de vogel zacht.
“Ik ben niet bang. Ik wil weten waarom hij huilt,” zegt Lila dapper.
Ze stapt dieper het bos in, haar hartje klopt als een trommel.
Hoofdstuk 2: De ontmoeting met de wolf
Plots hoort Lila gehuil.
“Awoeoeoe!” jankt iemand tussen de bomen.
Lila kijkt om zich heen.
Daar, achter een dikke boom, zit de grote boze wolf.
Zijn ogen glanzen als twee natte steentjes.
Lila gaat op haar teentjes staan en zegt zacht:
“Dag wolf, waarom huil je zo?”
De wolf kijkt haar verdrietig aan.
“Niemand wil met mij spelen. Iedereen is bang voor mij,” jammert de wolf.
“Ben je boos?” vraagt Lila.
“Ja... maar mijn hart is niet boos. Er zit een nare spreuk op mij. Ik wil gewoon vriendjes zijn,” fluistert de wolf.
Lila knikt en zegt:
“Ik wil je helpen, wolf. Hoe kan ik dat doen?”
De wolf zucht.
“Alleen een dapper hart kan de spreuk breken. Je moet drie keer zeggen: ‘Wolf, jij mag ook lief zijn!'”
Lila glimlacht en pakt de poot van de wolf vast.
Ze zegt met haar heldere stem:
“Wolf, jij mag ook lief zijn! Wolf, jij mag ook lief zijn! Wolf, jij mag ook lief zijn!”
Er dwarrelen gouden vonkjes uit de lucht.
De wolf springt op.
“De spreuk is weg! Mijn hart is licht!” roept hij blij.
Lila klapt in haar handjes.
“Nu kunnen we samen spelen!” zegt ze vrolijk.
Hoofdstuk 3: Samen sterk
De zon schijnt zacht door de bomen.
Lila en de wolf rennen samen over het mos.
“Vang me dan!” roept Lila.
De wolf lacht en springt vrolijk rond.
De vogel zingt hoog in de lucht:
“Zie je, Lila, samen zijn jullie sterk!”
De bloemen wiegen en fluisteren:
“Moedig meisje, lieve wolf!”
Lila zegt:
“Als je niet opgeeft en blijft proberen, kan alles goedkomen.”
De wolf knikt en zegt:
“Dankjewel, Lila. Jij hebt mij geholpen door dapper te zijn.”
Ze spelen tot de zon ondergaat.
Dan roept mama:
“Lila, tijd om naar huis te gaan!”
Lila zwaait naar de wolf.
“Tot morgen, lieve wolf!”
De wolf zwaait terug.
“Tot morgen, dappere Lila!”
Hand in hand met haar mama loopt Lila naar huis.
Het bos zingt zachtjes:
“Als je moedig bent en niet opgeeft, kun je alles veranderen.”
Lila glimlacht en fluistert:
“Ik geef nooit op. Ik blijf altijd proberen.”