Kleine Tom zit op de grond. Hij voelt zich een beetje verdrietig. Zijn bal is zoek. "Waar is mijn bal?" vraagt Tom zacht.
Zijn vriendje Sam komt naar hem toe. "Wat is er, Tom?" vraagt Sam. Tom kijkt op. "Mijn bal is weg," zegt hij.
Sam glimlacht. "Laten we samen zoeken," stelt hij voor. Tom knikt blij. Ze staan op en gaan samen op pad.
Buiten schijnt de zon. De lucht is blauw. "Kijk daar!" roept Sam. Ze zien een rode bal tussen de struiken.
Tom lacht. "Dat is mijn bal!" roept hij vrolijk. Sam helpt Tom de bal te pakken. Ze zijn blij.
"Bedankt, Sam," zegt Tom. "Jij bent mijn beste vriend." Sam lacht. "Vrienden helpen elkaar," zegt hij.
Nu spelen ze samen met de bal. Ze lachen en rennen. De zon schijnt nog steeds.
Tom voelt zich gelukkig. Hij weet dat vriendschap sterk is. Samen is alles beter. "Ik ben blij dat jij mijn vriend bent, Sam," zegt Tom.
Sam knikt. "Ik ook, Tom," zegt hij. Ze spelen verder. De wereld is mooi als je vrienden hebt.