Er was eens een astronaut. Hij heet Tom. Tom draagt een wit pak. Hij draagt ook een helm. Tom werkt in een raket. De raket staat op aarde. Hij werkt met vrienden. Samen kijken ze naar de lijst. Samen maken ze alles veilig.
Tom oefent veel. Hij oefent lopen in het pak. Hij oefent praten via de radio. Hij oefent knopen en lampen. Oefenen helpt. Oefenen brengt rust.
De raket gaat omhoog. Tom voelt zachte druk. Buiten ziet hij de lucht blauw. Daarna wordt het heel donker en vol met sterren. Tom zegt: "Kijk, de sterren." Zijn vriend lacht zacht. Ze werken rustig.
In de ruimte is alles licht. Tom zweeft. Hij houdt zich vast aan een handvat. Hij controleert de computer. Hij meet de lucht. Hij kijkt naar de aarde. De aarde is mooi. Er is blauw water en groen land. Tom voelt liefde. Hij denkt aan thuis. Hij wil goed zorgen voor de aarde.
Tom en zijn team doen taken. Ze meten. Ze maken foto's. Soms gaat iets stuk. Dan repareert Tom het. Hij gebruikt klein gereedschap. Hij vraagt hulp. Een vriend helpt hem. Samen lukt het. Samen is veilig.
Tom eet langzaam. Hij drinkt zoet water. Hij slaapt kort in een stoel. Iedereen waakt. Iedereen zorgt. Veiligheid is een lied. Ze zingen zachtjes voor rust.
Als de missie klaar is, gaat de raket terug. De aarde groeit weer. Tom landt zacht. Hij stapt uit de raket. Hij knielt en kijkt naar de aarde. Hij zegt dank je tegen zijn team. Ze lachen. Thuis omhelzen ze elkaar kort en blij. Tom vertelt over de sterren. De kinderen luisteren met grote ogen. Ze dromen over vliegen.
Tom leert hen: werken is zorgzaam. Teamwerk maakt sterk. Veiligheid houdt iedereen blij.
De moraal: Samen werken met zorg en veiligheid zorgt dat dromen kunnen groeien.