Op een mooie, rustige dag, was er een astronaut genaamd Sam. Sam droeg een grote, witte ruimtepak. "Ik ga naar Mars!" zei Sam met een grote glimlach. "Mars is een mooie planeet, heel rood en vol geheimen!"
Een klein jongetje, Max, hoorde Sam praten. "Wat is Mars?" vroeg Max met grote ogen. "Mars is een planeet ver weg in de lucht!" antwoordde Sam. "Ik ga vliegen in een raket, heel snel, zoals een vogel!"
"Vliegen als een vogel!" zei Max blij. "Wat ga je daar doen?"
"Ik ga ontdekken!" zei Sam enthousiast. "Ik kijk naar de sterren, naar de rode grond, en misschien vind ik er zelfs een robot!"
"Een robot?" vroeg Max, nieuwsgierig. "Ja," zei Sam, "een vriendelijke robot! Samen gaan we spelen en leren over Mars!"
"Wat leer je?" vroeg Max. "Ik leer over de sterren en planeten," zei Sam. "Ik heb ook speciale ogen, die zien heel ver. En weet je wat? Ik neem altijd mijn boek mee. In het boek staan veel verhalen!"
"Verhalen zijn leuk!" zei Max. "Ja!" lachte Sam. "Verhalen maken ons slim en gelukkig!"
Max klapte in zijn handen. "Wanneer ga je, Sam?"
"Over een paar dagen!" zei Sam. "Droom jij ook van vliegen naar de sterren?"
"Ja!" riep Max.
Sam knielde en zei: "Dromen zijn belangrijk, Max. Je kunt ook een astronaut worden. Samen kunnen we de sterren verkennen!"
Max glimlachte. "Ik wil dat!"
"Dat kan!" zei Sam. "Blijf altijd nieuwsgierig!"
En terwijl de zon onderging, keken Sam en Max naar de sterren. Samen droomden ze over de avonturen in de ruimte.