In een groene wereld vol grote bomen, liep T-Rex, de grote Tyrannosaurus. Hij was nieuwsgierig en wilde nieuwe vrienden maken.
"Hallo, wie is daar?" vroeg T-Rex, zijn ogen groot van verwondering.
"Ik ben Trika, de kleine Triceratops!" antwoordde een vrolijke stem. "Wat doe jij hier, grote T-Rex?"
"Ik zoek vrienden!" zei T-Rex. "Wil je mijn vriend zijn?"
"Ja, dat wil ik!" zei Trika blij. "Maar... ben je niet bang om alleen te zijn?"
"Nee, ik ben groot en sterk!" zei T-Rex met trots. "Kijk eens naar mijn sterke tanden!"
"Maar ik heb ook sterke hoorns!" zei Trika en ze toonde haar drie scherpe hoorns. "We zijn samen sterk!"
T-Rex knikte. "Dat klopt! Laten we spelen!"
Ze renden door het bos. T-Rex maakte grote stappen. "Dat kan jij niet, Trika!" lachte hij.
"Maar ik kan springen!" zei Trika en ze sprong hoog in de lucht. "Kijk naar mij!"
T-Rex klapte enthousiast in zijn kleine armen. "Wauw, dat is leuk!"
Ze speelden de hele dag. T-Rex leerde Trika hoe hij grote rotsen kon duwen. "Kijk, ik ben sterk!" zei hij.
Trika gaf hem een duwtje. "Maar ik kan snel rennen!"
"Ja, dat klopt!" zei T-Rex. "We zijn de beste vrienden!"
En zo ontdekte T-Rex dat vrienden belangrijk zijn, groot of klein.