In de stad vol hoge gebouwen en drukke straten woonde Suzy, de superheld. Suzy had een rode cape die wapperde in de wind. "Woei, woei!" riep ze blij. Ze kon heel snel rennen. Soms struikelde ze over haar eigen voeten. "Oeps!" lachte Suzy dan.
Op een dag was er een probleem. Een grote, ronde bal rolde dwars door de stad. "Boing, boing!" De mensen riepen: "Help!" Suzy sprong op. "Ik kom eraan!" zei ze vrolijk.
Met een grote sprong landde Suzy op de bal. "Hop!" Ze gleed er bijna af, maar hield zich vast. "Woeps!" Iedereen keek met grote ogen. Suzy lachte en zwaaide. "Ik heb hem!"
De bal rolde naar een groot plein. Mensen klapten en juichten. "Hiep hiep!" Suzy sprong van de bal af. "Plop!" Ze stond veilig op de grond. De bal stopte. Iedereen was blij.
Een klein meisje vroeg: "Suzy, ben je niet bang?" Suzy lachte. "Nee hoor, ik ben sterk!" Het meisje lachte terug. "Jij bent mijn held!" Suzy gaf een knipoog. "Iedereen kan een held zijn," zei ze.
En zo leerde de stad dat een lach en een helpende hand alles beter maken.