Lola was een superheldin. Ze had een leuk kostuum, maar het was heel raar. Het was roze met gele stippen en had grote, flonkerende vleugels. "Wat moet ik hiermee?" vroeg Lola. "Ik kan niet vliegen!"
Op een dag kwam ze haar vriend Benny tegen. Benny was een andere superheld. Hij had een cape van spaghetti. "Wat een grappig kostuum, Lola!" lachte hij. "Kun je ermee vliegen?"
"Nee, ik kan niet vliegen," zei Lola. "Ik heb een idee! Laten we samen iets doen!"
Ze gingen naar het park en zagen een derde superheld, Tilly. Tilly droeg een hoed van fruit. "Wat doen jullie?" vroeg ze.
"Wij willen vliegen!" zei Lola.
Tilly zei: "Laten we springen! Eén, twee, drie... SPRINGEN!"
Ze sprongen en maakten gekke sprongen. Lola viel en rolde. "Hahaha, dat was leuk!" riep ze.
Lola ontdekte dat lachen met vrienden het beste superkracht was! "Superhelden zijn leuk!" zei ze. En ze sprongen weer, samen, met hun gekke kostuums, zo blij als maar kon!