Super Sofie springt in haar gele laarzen door de stad. Vandaag is het druk. De vogels zingen, auto's toeteren, en Sofie lacht. “Wat gaan we doen vandaag?” zegt Sofie. Haar rode cape wappert in de wind.
Opeens hoort ze: “Help! Mijn ijsje valt!” Een meisje staat bij de ijskar. Sofie rent snel. Ze vangt het ijsje met haar hoed. “Hier is je ijsje!” zegt Sofie. Het meisje lacht. “Dank je wel, Super Sofie!”
Nu loopt er een hondje met zijn riem in de knoop. “O nee!” piept het hondje. Sofie hopt naar het hondje. Ze draait en draait. De riem is weer los. “Waf waf!” blaft het blije hondje.
Dan ziet Sofie een ballon in een boom. Een jongen kijkt omhoog. “Mijn ballon!” roept hij. Sofie springt. Ze pakt de ballon. “Hier is je ballon!” zegt Sofie. De jongen juicht.
Iedereen lacht. Sofie zwaait. “Dag allemaal!” roept ze. De zon schijnt. Alles is weer fijn.
Samen lachen en helpen maakt iedereen blij.