Er was eens een superheld genaamd Jan. Jan had een bijzonder kracht. Als hij lachte, groeide hij heel groot!
“Wat is dat?” vroeg Jan, terwijl hij in de spiegel keek. Hij lachte en boem! Daar was hij, groot als een huis! “Hahaha, kijk eens naar mij!”
Op een dag kwam de schurk, Slome Sam. Sam was niet zo slim. “Ik ga de stad veroveren!” zei hij met een slechte grijns.
Jan hoorde het en dacht: “Oh nee, dat kan ik niet laten gebeuren!” Hij lachte hard. Boem! Hij werd groot en ging naar Sam.
“Wat ga je doen, Sam?” vroeg Jan met een grote glimlach.
“Uhm, ik ga de koekjes stelen!” zei Sam.
“Oh nee, niet de koekjes!” riep Jan. Hij lachte weer. Boem! Nu was hij nog groter!
Sam keek naar Jan en zei: “Wow, je bent een grote jongen!”
“Ja, dat klopt!” zei Jan vrolijk. “Maar jij kunt de koekjes niet stelen, dat is niet leuk!”
Sam dacht even na. “Maar ik heb een plan!” riep hij. Hij gooide een grote, plakkerige taart naar Jan.
“Oh nee!” riep Jan. Hij lachte weer. Boem! Nu was hij zo groot dat hij in de lucht zweefde!
Sam keek omhoog en zei: “Wat?!”
“Dat was een leuke taart, Sam!” zei Jan terwijl hij in de lucht zweefde. “Maar ik denk dat je het nog eens moet proberen!”
Sam schudde zijn hoofd. “Dit is niet goed!”
Jan lachte nog eens. Boem! Hij landde zachtjes terug op de grond. “Laten we samen koekjes bakken, Sam!”
“Oh, dat klinkt leuk!” zei Sam met een grote glimlach.
En zo bakten ze samen koekjes. Iedereen in de stad kwam proeven. “Hooray voor Jan en Sam!” riep de menigte.
Jan en Sam lachten en genoten van hun koekjes. En ze leefden nog lang en gelukkig, met veel koekjes en veel lachen!