Hoofdstuk 1: De Donkere Kamer
Tom is een klein jongetje van drie jaar. Hij houdt van veel dingen, maar hij is een beetje bang voor de donker. Elke avond als het bedtijd is, zegt Tom: “Mama, ik wil het licht aan laten!”
“Mama, het is zo donker in mijn kamer,” zegt Tom met een schuchtere stem.
Mama knielt naast hem en zegt: “Het is oké, Tom. De donker is niet zo eng. We kunnen samen leren om het minder eng te maken.”
Tom kijkt naar zijn mama. “Hoe dan?” vraagt hij nieuwsgierig.
“Hé, morgen is er een speciale activiteit op school. We gaan spelen en verhalen vertellen over de donker. Het wordt leuk, geloof me!” zegt mama met een glimlach.
Tom knikt, maar hij voelt nog steeds een beetje angst. “Zou het echt leuk zijn?” vraagt hij.
“Ja, heel leuk! We zullen samen lachen en leren,” zegt mama. “En als je het moeilijk hebt, ben ik er altijd voor je.”
Tom zucht en zegt: “Oké, mama. Ik zal het proberen.”
Hoofdstuk 2: De Activiteit op School
De volgende dag gaat Tom naar school. Zijn juf, mevrouw Linde, zegt: “Vandaag gaan we spelen met de donker! Wie is er een beetje bang voor de donker?”
Veel kinderen steken hun hand op, ook Tom.
“Dat is helemaal niet erg! We leren samen,” zegt mevrouw Linde. “Laat ons eerst een verhaal vertellen over de sterren. Kijk, als het donker is, zijn er veel sterren aan de hemel!”
Tom hoort de verhalen en kijkt met grote ogen. “De sterren zijn mooi,” denkt hij.
Na het verhaal zegt mevrouw Linde: “Laten we een spel spelen! We maken een donkere kamer met een groot deken. Kom, allemaal!”
De kinderen lachen en helpen mee. Ze maken een gezellige plek onder het deken. Tom voelt zich een beetje zenuwachtig, maar ook benieuwd.
“Als we hier zitten, kunnen we onze eigen sterren maken!” zegt een vriendje. Iedereen krijgt een klein zaklampje en moet zijn eigen sterren maken.
Tom houdt zijn zaklampje vast en schijnt het op het deken. “Kijk, een ster!” roept hij blij.
“Ja, goed gedaan, Tom!” zegt mevrouw Linde. “De donker is nu een beetje minder eng, toch?”
Tom knikt. “Ja, het is leuk!”
Hoofdstuk 3: Thuis met de Sterren
Als het tijd is om naar huis te gaan, voelt Tom zich goed. Hij zegt tegen zijn mama: “Mama, ik heb sterren gemaakt! De donker is leuk!”
Mama lacht en zegt: “Wat fijn, Tom! Ik ben trots op je. Ben je straks ook niet meer bang voor je kamer?”
Tom denkt even na. “Misschien niet! Ik kan mijn zaklamp gebruiken. Ik maak ook sterren in mijn kamer.”
Thuis gaat Tom naar zijn kamer. Het is nog steeds donker, maar hij voelt zich dapper. Hij pakt zijn zaklamp en laat de lichtjes dansen op de muur.
“Dit is mijn mooie sterrenhemel,” zegt Tom blij.
Mama komt binnen en zegt: “Wat een geweldige sterren! Je bent zo dapper, Tom. Ik ben zo trots op je!”
Tom voelt zich gelukkig en veilig. “Dank je, mama. De donker is nu een beetje minder eng.”
En zo leert Tom dat de donker niet zo eng is, vooral niet als je je eigen sterren maakt!