Hoofdstuk 1: De Donkere Nacht
Er was eens een kleine uil genaamd Ollie. Ollie was een schattige, donkergroene uil met grote, ronde ogen. Hij woonde in een mooie boom met zijn mama en papa. Ollie hield van de dag, maar als de nacht kwam, voelde hij zich bang. "Ik wil niet slapen," zei Ollie. "Ik ben bang voor het donker!"
Mama Uil kwam dichterbij. "Waarom ben je bang, Ollie?" vroeg ze zachtjes. Ollie keek naar de sterren en zei: "Het is zo donker en stil. Wat als er iets engs komt?"
Papa Uil knuffelde Ollie en zei: "Er is niets om bang voor te zijn, lieve Ollie. De nacht is gewoon een andere tijd. Het is tijd om te rusten en te dromen." Maar Ollie schudde zijn hoofd. "Ik wil niet alleen zijn in het donker."
Hoofdstuk 2: De School van de Uilen
De volgende dag ging Ollie naar de Uilen School. Zijn vrienden, Benny de Bij en Lila de Lefa, waren daar ook. "Ollie, waarom kijk je zo somber?" vroeg Benny. Ollie antwoordde: "Ik ben bang voor het donker. Ik wil niet slapen als het donker is."
Lila zei: "Wij leren vandaag over de nacht! Kom mee!" In de klas vertelde de juf, Mevrouw Uil, over de sterren en de maan. "De nacht is mooi. Kijk naar de sterren, ze zijn als kleine lampjes in de lucht!" zei ze. "Als je bang bent, tel dan de sterren. Dat helpt!"
Ollie luisterde goed. Hij begon te tellen: "Eén, twee, drie...". Het voelde beter. "Misschien is de nacht niet zo eng," dacht hij.
Hoofdstuk 3: Ollie's Dappere Avond
Die avond was het tijd om te slapen. Ollie voelde zich nog steeds een beetje bang. Maar hij herinnerde zich de sterren. "Ik ga het proberen," zei hij tegen zijn mama.
Mama Uil gaf hem een knuffel en zei: "Je kunt het, Ollie. Denk aan de sterren en aan de mooie dromen." Ollie knikte. Hij ging in zijn nest liggen en keek naar het raam. "Eén, twee, drie sterren," telde hij zachtjes.
Langzaam voelde hij zich beter. "De sterren zijn mooi," zei Ollie. "Ze maken de nacht minder eng."
Ollie sloot zijn ogen en droomde van avonturen onder de sterren. Hij ontdekte dat het donker ook een vriend kon zijn. En zo leerde Ollie dat het oké is om bang te zijn, maar dat hij altijd kan leren om dapper te zijn.
En vanaf die nacht was Ollie niet meer bang voor het donker. Hij wist dat de sterren altijd bij hem waren, en dat maakte hem gelukkig.