De opdracht
Sam is zes. Hij heeft pluizig haar en warme sokken met sterren. Vandaag is het bijna Halloween. De wind ruist door de bomen. De bladeren tikken tegen het raam. Op tafel ligt zijn tekenblok. Zijn moeder zegt zacht: "Teken een pompoen." Dat is zijn opdracht. Een grote pompoen. Een glimlachende pompoen. Sam knijpt in zijn potlood. Zijn hart klopt een beetje snel. Hij houdt van tekenen. Maar pompoenen zijn groot en glanzend en een beetje stout.
Hij zet zijn potlood neer. Hij kijkt naar buiten. De straat is vol lampjes. Lampjes flikkeren als kleine spoken. Een kat met een oranje sjaal passeert. Sam wordt nieuwsgierig en een beetje zenuwachtig. Hij wil dat zijn pompoen mooi en een tikje spannend wordt. Niet eng. Gewoon spannend.
Het plan
Sam pakt oranje verf. Eerst probeert hij een cirkel. De lijn wordt wiebelig. "Hmm," zegt hij zacht. De cirkel lijkt meer op een ballon. Hij veegt met zijn mouw over zijn neus. De verf ruikt naar appels en herfst. Dat maakt hem vrolijk.
Zijn moeder komt binnen met koekjes. "Misschien helpt een beetje hulp," zegt ze en geeft hem een koekje. Sam glimlacht. Eten helpt altijd. Hij denkt aan zijn vriendinnetje Noor van de overkant. Noor is acht maar houdt van tekenen. Sam belt aan. Noor doet open. Ze draagt een cape met sterren. "Wil je helpen?" vraagt Sam. Noor knikt. Ze neemt een penseel. Samen meten ze de pompoen in het hoofd van Sam. Ze prikken met hun vinger in de lucht. Ze lachen.
Noor zegt: "Een pompoen heeft rijen, net als wafels!" Sam lacht hardop. Ze tekenen eerst de groeven. Gooien hier en daar een stip. Plots horen ze een zacht geluid bij het raam. Een klein, donzig geluid. Het is de kat met de oranje sjaal. De kat kijkt met grote ogen. Hij snuffelt aan de verf. Zijn neus wordt oranje. "Oeps," zegt Sam. Noor giechelt. "Nu is hij een Halloweenkat."
Ze werken samen. Noor tekent ogen. Sam tekent een mond. Ze prutsen en drukken. Soms stoppen ze en kijken in het raam naar de maan. De maan kijkt terug. Hij is rond en nieuwsgierig.
Het mini-avontuur
Net als de pompoen bijna klaar is, flikkert het licht. Een windvlaag doet de deur piepen. De kamer wordt even donker. Sam voelt een rilling, maar het is niet eng. Het is alsof de nacht knipoogt. De kat miauwt. Buiten klinken voetstappen. Kleine voetstappen. Dan klopt er iets zacht op het raam. Sam loopt ernaartoe en ziet een rij kabouterachtige lampjes op de stoep. Het zijn lampjes van Halloween. Iemand heeft ze neergezet. Een oude buurman zwaait. Hij heeft enge maar vriendelijke handen en een mand vol pompoenen. "Trick of treat?" roept hij met een knipoog. Sam knikt en voelt zich dapper.
Noor fluistert: "Misschien wil jouw pompoen een beetje magie." Ze haalt een glanzend potlood tevoorschijn dat ze "magiepunt" noemt. Sam tekent met het potlood een klein sterretje op de pompoen. Het sterretje glinstert heel even. Ze houden hun adem in. De verf lijkt warm te worden. De lijnen krullen zacht. De ogen van de pompoen lijken te knipperen alsof hij wakker wordt.
Sam springt een beetje van schrik. Noor lacht en pakt zijn hand. "We doen het samen," zegt ze. Ze vullen de mond met zachte tanden. Niet te eng. Een vriendelijk gebit dat lacht. De pompoen kijkt naar hen. Dan begint hij zachtjes te gloeien. Geen harde gloed. Een knusse gloed net als een nachtlampje.
De uitkomst en het dodo
De buren komen kijken. Ze juichen stil. "Wat een mooie pompoen!" zegt de buurvrouw. De kat met de oranje sjaal draait rondjes om de voeten. Sam bloost. Zijn pompoen is trots. Hij voelt zich groot en klein tegelijk. Groot omdat hij iets moois maakte. Klein omdat hij nog maar zes is.
Samen versieren ze de pompoen met blaadjes en een klein hoedje van papier. Ze zingen een zacht liedje dat geen echt liedje is, maar meer geknor. De pompoen licht warm en vriendelijk. Hij lijkt te zeggen: goed gedaan.
Noor moet naar huis. Ze geeft Sam een handkus. "Volgend jaar tekenen we samen weer," zegt ze. Sam zwaait. Zijn moeder roept: "Tijd om naar bed, kleine kunstenaar." Sam neemt zijn tekenblok en bekijkt zijn pompoen. De gloed is rustig nu, als een verhaal dat bijna klaar is.
In bed kruipt hij onder een deken vol sterren. Zijn kamer ruikt naar koekjes en herfstbladeren. De kat springt op het bed en legt zich op zijn voeten. Sam sluit zijn ogen. Buiten fluisteren de bomen zacht. De maan glimlacht nog even.
Sam denkt aan het helpen van Noor. Aan de buurman met zijn mand en aan de kat met de oranje neus. Hij voelt zich warm vanbinnen. Trots en veilig. Zijn adem wordt langzaam. De pompoen buiten in de vensterbank knippert één keer, twee keer, als een knipoog. Dan valt alles stil.
Sam droomt van pompoenen die dansen, van lampjes die zingen en van vriendjes die altijd helpen. Hij slaapt diep en zacht. De nacht bewaakt hem met een vriendelijk spookje dat eigenlijk een knuffel is. Droom maar, zegt de maan. Morgen is er weer een nieuwe tekening.