Hoofdstuk 1: Naar de dokter
“Mama, moet ik echt naar de dokter?” vraagt Sam zachtjes.
Mama knielt bij Sam en zegt: “Ja, lieve Sam. De dokter wil alleen even kijken of je gezond bent.”
Sam kijkt naar zijn knuffelbeer. “Mag Beer mee?”
“Natuurlijk, Beer mag altijd mee,” zegt mama en geeft Sam een knuffel.
In de wachtkamer zit Sam dicht tegen mama aan. Hij fluistert: “Mama, ik vind het een beetje spannend.”
Mama knikt. “Dat snap ik, Sam. De dokter is heel lief. We blijven samen.”
Sam knijpt in Beer. “Beer is ook een beetje bang,” zegt hij.
Mama lacht zacht. “Zullen we samen diep ademhalen, Sam? In... en uit... Net als de wind.”
Sam ademt samen met zijn mama. In... en uit... Het voelt een beetje beter.
De dokter roept: “Sam, kom je mee?”
Sam pakt mama's hand heel stevig vast. Beer mag ook mee naar binnen.
“Hallo Sam, wat fijn dat je er bent,” zegt de dokter vriendelijk.
Sam kijkt naar mama en fluistert: “Hallo dokter.”
De dokter lacht. “Mag ik eens naar je hartje luisteren?”
Sam knikt voorzichtig. Mama knikt ook.
De dokter zet een koud rondje op Sam's borst. “Dat kietelt!” giechelt Sam.
“Zie je wel, het is niet eng,” zegt mama zacht.
Hoofdstuk 2: Dapper zijn
Na het onderzoek zegt de dokter: “Sam, je bent heel dapper geweest!”
Sam glimlacht een beetje. “Ik vond het eerst spannend, maar nu niet meer zo.”
Mama geeft Sam een dikke knuffel. “Ik ben trots op jou, Sam.”
Sam kijkt naar Beer. “Beer was ook dapper, hè mama?”
“Ja, Beer ook,” lacht mama.
Onderweg naar huis zegt Sam: “Mama, als ik bang ben, kan ik diep ademhalen. En Beer vasthouden. Dan voel ik me beter.”
Mama knikt. “Dat is een heel goed idee, Sam.”
Sam denkt na. “En jij blijft altijd bij me?”
Mama knikt. “Altijd, lieve Sam.”
Thuis vertelt Sam aan papa: “Papa, ik was bij de dokter. Eerst was ik bang. Toen heb ik diep geademd en Beer vastgehouden. Nu durf ik weer!”
Papa geeft Sam een knuffel. “Wat ben jij dapper! Soms is iets spannend, maar samen kunnen we alles aan.”
Sam lacht. “Ja, samen met mama, papa en Beer!”
Mama zegt: “En weet je, Sam? Iedereen is wel eens bang. Maar samen kunnen we leren hoe we rustig kunnen worden.”
Sam knikt. “Ik ben niet meer bang voor de dokter. Volgende keer neem ik Beer weer mee.”
Mama glimlacht. “Goed idee, lieve Sam.”
Sam knuffelt Beer stevig. “Ik ben dapper. Beer is dapper. En samen kunnen we alles aan.”
Mama en papa geven Sam een dikke knuffel.
Samen lachen ze. Alles is goed.