Astronaut Anna zit op een groot, zacht kleed. Rondom haar zitten kinderen. Ze lachen en luisteren.
"Ik was in een grote raket," zegt Anna. "De raket vloog hoog, heel hoog. We gingen naar de ruimte!" Anna maakt een ronde beweging met haar armen, als een raket die opstijgt.
"Wauw!" roept een kind. "Was je bang, Anna?"
Anna glimlacht. "Nee, niet bang. Het was leuk! In de ruimte is alles anders." Ze houdt een rond voorwerp omhoog. "Dit is een echte steen van de maan!"
De kinderen kijken met grote ogen.
"De maan is heel ver weg," zegt Anna. "In de ruimte zweef je. Alles zweeft!" Ze laat een klein speelgoeddiertje zweven in de lucht. De kinderen lachen.
"Wat eet je daar?" vraagt een meisje nieuwsgierig.
Anna lacht. "Ik eet eten uit een zakje. Net als een picknick!" Ze doet alsof ze uit een denkbeeldig zakje eet. "Mmm, lekker."
De kinderen giechelen.
"In de ruimte kijken we naar de sterren," zegt Anna. "De sterren stralen en schitteren. Net als heel veel lampjes!"
"Waarom ga je naar de ruimte?" vraagt een jongen.
"Om te leren en te ontdekken," zegt Anna. "Om te weten hoe groot de wereld is. En misschien, op een dag, kunnen we allemaal naar de maan!"
De kinderen klappen in hun handen. Ze zijn blij en dromen mee.
"Dromen is fijn," zegt Anna. "Misschien word jij ook astronaut!"
De kinderen knikken enthousiast. Ze voelen de magie van de ruimte. Anna lacht, en samen blijven ze dromen.