In het grote gouden kasteel woont Prins Max. Prins Max heeft een mooie blauwe mantel en een kroon die glinstert als de zon. Op een ochtend zegt de zon: “Goedemorgen, Max!” Max lacht en zwaait naar de zon. “Goedemorgen, zon!” zegt hij blij.
Vandaag is een bijzondere dag. Max hoort iets: “Tok-tok, tok-tok!” Het is een klein vogeltje. Het vogeltje tikt op het raam. “Kom je spelen?” piept het vogeltje. Max knikt en zegt: “Ja, kom maar binnen!” Het vogeltje fladdert vrolijk naar binnen. “Flap-flap!”
Samen gaan Max en het vogeltje naar de tuin. In de tuin groeien bloemen die ruiken zo fijn. “Mmm!” zegt Max. De bloemen knikken zacht: “Dag prins Max, dag vogeltje!” Max lacht en zegt: “Dag bloemen!”
Dan horen ze een zacht geluid: “Plons-plons!” Het is het kleine vijvertje in de tuin. Een kikker springt: “Hop!” De kikker zegt: “Wil je met mij springen?” Max zegt: “Ja, hop!” Max, het vogeltje en de kikker springen samen. “Hop! Hop! Hop!” Iedereen lacht.
Plots ziet Max iets glinsteren tussen de bloemen. “Wat is dat?” vraagt hij. Het is een mooie steen, groen als gras. Max pakt de steen op. “Kijk!” roept hij. Het vogeltje zegt: “Wauw!” De kikker zegt: “Mooi!”
Max legt de steen voorzichtig terug bij de bloemen. “De steen hoort hier,” zegt hij. De bloemen fluisteren: “Dank je, Max!” Max lacht en voelt zich blij.
De zon schijnt warm. Max, het vogeltje en de kikker zitten samen in het gras. Ze knuffelen zacht. “Wat een fijne dag,” zegt Max.
En als de avond komt, zwaait Max naar zijn vrienden. “Tot morgen!” zegt hij. Iedereen zegt: “Tot morgen, Max!”
Samen delen is fijn en maakt iedereen blij.