De Donkere Nacht
Tommy was een kleine jongen van drie jaar. Hij had grote blauwe ogen en een lach die altijd zijn gezicht verlichtte. Tommy hield van spelen met zijn speelgoedauto's en zijn knuffels. Maar er was één ding waar Tommy echt bang voor was: de donkere nacht.
Elke avond, als de zon onderging, veranderde zijn vrolijke kamer in een schaduwrijke plek. De sterren kwamen tevoorschijn, maar Tommy zag alleen maar het donker.
Op een avond, terwijl hij met zijn auto's speelde, kwam zijn vriendje Sam op bezoek. Sam was een beetje ouder en had al geleerd dat het donker niet zo eng was.
“Hey Tommy, waarom kijk je zo?” vroeg Sam terwijl hij op de grond ging zitten.
“Het is donker buiten,” zei Tommy met een bibberende stem. “Ik vind het eng.”
“Maar het donker is niet eng!” zei Sam met een grote glimlach. “Kijk, ik heb een zaklamp! We kunnen samen spelen.”
Tommy keek naar de zaklamp en zijn ogen glinsterden. “Wat gaan we doen?” vroeg hij nieuwsgierig.
“We gaan een avontuur beleven! We kunnen de schaduwen op de muur volgen,” zei Sam enthousiast.
Tommy nam een diepe ademhaling. “Oké, laten we het proberen.”
Sam zette de zaklamp aan en de straal licht verlichtte de kamer. De schaduwen dansten op de muren. Tommy lachte. “Kijk, daar is een schaduw van een auto!” riep hij.
“Ja, en daar is een schaduw van een monster!” zei Sam en hij maakte een griezelig gezicht. Tommy schrok even, maar toen begon hij te lachen.
“Dat is geen echt monster,” zei Tommy. “Dat is alleen maar een schaduw.”
“Precies!” zei Sam. “Het donker maakt dingen alleen maar anders. Het is niet eng!”
De jongens speelden met de zaklamp. Ze lieten de lichtstraal over de muren en het plafond bewegen. Ze maakten grappige vormen met hun handen en schaduwen van dieren.
“Hé, kijk, een hond!” zei Tommy terwijl hij zijn handen in de vorm van een hond hield.
“En een vogel!” zei Sam en hij maakte een schaduw van een vliegende vogel.
Tommy voelde zich steeds beter. “Dit is leuk, Sam! Ik ben niet meer bang!”
Na een tijdje hield Sam de zaklamp stil en zei: “Weet je, Tommy, het is gewoon de nacht. Er zijn geen monsters hier.”
“Maar wat als er wel monsters zijn?” vroeg Tommy met een frons.
“Als er monsters zijn, dan hebben we elkaar!” zei Sam. “En we kunnen samen schreeuwen: ‘Ga weg, monster!'”
Tommy lachte hard en zei: “Ja! Dan zijn we een team!”
“Precies!” zei Sam. “En als je ooit bang bent, kun je altijd naar mij toe komen. We kunnen samen de nacht verkennen.”
Tommy knikte. “Dank je, Sam. Je bent een goede vriend.”
Het Avontuur gaat Verder
De jongens speelden nog een tijdje met de zaklamp. Ze ontdekten dat de schaduwen op de muren hun verbeelding prikkelden. “Kijk, dat lijkt wel een grote olifant!” zei Tommy terwijl hij naar een schaduw wees.
“Ja, en daar is een grote boom!” zei Sam. “Laten we een verhaal verzinnen over de olifant en de boom.”
Tommy vond het een geweldig idee. “De olifant wil de hoogste tak van de boom bereiken!” zei hij enthousiast.
“En de tak heeft de lekkerste vruchten!” voegde Sam toe.
De jongens verzonnen samen verhalen over het avontuur van de olifant. Ze gaven de olifant een naam: “Olly de Olifant.”
“Olly is dapper!” zei Tommy. “Hij zal niet bang zijn voor het donker.”
“Ja, en hij heeft zijn vrienden bij zich,” zei Sam. “Ze helpen hem de vruchten te plukken.”
Terwijl ze verhalen verzonnen, merkte Tommy dat hij helemaal niet meer bang was. Het donker was nu vol met avontuur en fantasie.
“Dank je, Sam,” zei Tommy. “Ik ben zo blij dat je hier bent.”
“Geen probleem, Tommy. We zijn vrienden, en vrienden helpen elkaar,” zei Sam.
Toen de klok begon te tikken, beseften ze dat het laat was. “Het is tijd om naar bed te gaan,” zei Sam. “Maar ik zal je iets vertellen. Als je bang bent in het donker, denk dan aan Olly de Olifant.”
Tommy glimlachte. “Ja, Olly is dapper. Ik zal aan hem denken.”
“Hé, laten we de zaklamp onder je bed leggen. Dan kun je hem altijd pakken als je het nodig hebt,” stelde Sam voor.
“Ja, dat is een goed idee!” zei Tommy. “Dank je, Sam.”
Een Nieuwe Dag
Die nacht ging Tommy slapen met een glimlach op zijn gezicht. Hij dacht aan zijn vriend Sam en hun avontuur. Hij dacht aan Olly de Olifant en hoe dapper hij was.
Toen de ochtend aanbrak, was de zon helder en de lucht blauw. Tommy voelde zich goed. Hij sprong uit bed en riep: “Mama, ik ben niet meer bang voor het donker!”
Zijn moeder kwam binnen en zei: “Dat is geweldig, Tommy! Wat heeft je geholpen?”
“Sam en ik hebben samen gespeeld met een zaklamp en we hebben verhalen verzonnen!” vertelde Tommy enthousiast.
“Wat een leuk idee! Je kunt altijd met je vrienden praten als je bang bent,” zei zijn moeder.
Tommy knikte. “Ja, en ik heb Olly de Olifant!”
“Olly de Olifant? Wat een mooie vriend om te hebben!” zei zijn moeder met een glimlach.
Tommy voelde zich blij en sterk. Hij wist dat hij altijd zijn vrienden had om hem te helpen, zelfs in het donker. En dat maakte de nacht minder eng.
“Dank je, mama!” zei Tommy. “Ik ga naar buiten spelen!”
En zo leerde Tommy dat het donker niet eng hoeft te zijn als je vrienden hebt en je verbeelding gebruikt. Het was gewoon een andere manier om de wereld te zien.
Tommy rende naar buiten, klaar voor nieuwe avonturen, met zijn vriend Olly de Olifant altijd in zijn gedachten.