Hoofdstuk 1: De glimlachende glimworm
Nora liep door het Piepmuisbos met een oude lepeltje in haar rugzak. Ze keek om zich heen, dacht diep na en gaf een klein knipoogje naar een bladerenboom. Kinderen die knipogen, zei Nora altijd, brengen geluk terug naar huis.
"Waarom draag je een lepel?" vroeg Flip, de eekhoorn die altijd te laat was voor zijn staartborstel-les.
"Voor het verzamelen van de maanstroop," zei Nora heel serieus. Ze stak een vinger tegen haar lippen en knipoogde opnieuw. Flip tikte met zijn poot tegen zijn hoofd. "Maanstroop?" herhaalde hij. "Dat klinkt plakkerig."
Nora grinnikte. "Misschien. Misschien ook helemaal niet. Kom mee, je zult het zien."
Het bos krulde en lachte met de wind. Kleine glimwormen fladderden rond en gaven een zacht licht. Eén van hen, met een rood stippenhoedje, floot een deuntje dat klonk als een blije kurkentrekker. Plotseling stopte het deuntje. Een piepklein touwbruggetje kreunde onder de pootjes van een kabouter. Daar zat een fée op een paddenstoel, haar vleugels rinkelend als belletjes.
"Bonjour!" zei de fee in één sprankel. Haar naam was Lulu en ze had haar magische poeder in een koekjestrommel zitten. "Wat zoek jij, nieuwsgierige Nora?"
Nora knikte bedachtzaam. "Een klein avontuur. En misschien een beetje maanstroop."
Lulu lachte. "Avonturen zijn mijn lievelingssnack. Maar pas op: het bos is vol grapjes vandaag!" Ze tikte haar neus en plotseling kropen de bladeren achteruit om een smal pad te onthullen.
Hoofdstuk 2: Het pratende kabouterhuis
Het pad eindigde bij een huis met ramen als pannenkoeken en een deur die wiebelde als een dansende wortel. Op de deur stond geschreven: "Welkom, tenzij je sokken van regen hebt." Nora keek naar Flip. "Gelukkig draag ik geen regensokken," zei ze en knipoogde.
De deur piepte. Een stem klonk van binnen: "Wie ben jij en waarom stoot je mijn deurbel met je neus?" De deur zelf sprak! Flip gilde van plezier. Nora boog zich voorover en fluisterde: "We zoeken maanstroop. Heb jij die toevallig?"
De deur kuchtte. "Maanstroop? Alleen als je hem eerst laat lachen. Ik houd van mopjes." Nora dacht even na en vertelde een flauwe mop over een kikker die zijn hoed vergat. De deur barstte in een zachte lach en schoof open. Binnen zat een kabouter met een thee-eiland en een krant vol schaduwjes.
"Als jullie maanstroop willen, moeten jullie de Muzikale Rivier volgen," zei de kabouter terwijl hij een theezakje liet dansen. "Maar pas op voor de giechelsteen."
"De giechelsteen?" vroeg Flip. Hij zag er ineens heel serieus uit.
"Ja," zei de kabouter, "een steen die je begon te kietelen tot je niet meer kunt stoppen met lachen." De kabouter gaf Nora een koperen kompas dat zong als een klein vogeltje. "Dit wijst naar de rivier, maar alleen als je een knipoog terugstuurt."
Nora knipoogde langzaam naar het kompas. Het begon meteen te trillen en wees naar het noorden.
"Stap maar op," zei Lulu vrolijk. "En vergeet niet: als iets raar doet, zing dan een liedje. Zingen maakt vreemde dingen vriendelijk."
Hoofdstuk 3: De giechelsteen en de spetterende rivier
Ze volgden het kompas en kwamen bij de Muzikale Rivier. In plaats van water hoorde je trompetjes, fluitjes en soms een papegaai die advies gaf. De rivier spetterde in regenboogkleuren en sprong af en toe op als een kikkerdansgroep.
"Ik zie de giechelsteen!" riep Flip. Daar lag een glanzende steen met strepen als regenworstjes. Toen Nora er bijna bij was, begon de steen te knipperen.
"Pas op," waarschuwde Lulu. "Kijk hem niet te recht aan."
Maar Nora, die altijd eerst dacht en dan een grap maakte, zei zacht: "Hallo, giechelsteen. Mag ik je iets vragen?" Ze knipoogde. De steen giechelde meteen hard, een geluid als kastanjes die in een trommel springen. Flip begon te snikken van het lachen en rolde over het mos. Nora lachte mee, maar hield haar verstand erbij. Ze zong het liedje dat Lulu had geleerd: "Tik tak, lach zacht, bloem en zachte nacht." De giechelsteen kalmeerde en rolde een stukje naar opzij, zodat ze konden passeren.
Aan de overkant stond een kleine waterval die er uitzag als een sierlijk gordijn van spekkoek. In het midden van de rivier dreef een lepeltje, precies het lepeltje uit Nora's rugzak. "Mijn lepeltje!" riep Nora. Ze sprong op een platte steen en gooide een sprongetje. Flip zwaaide met zijn staart als een vlag. Toen Nora bijna bij het lepeltje was, sprong een kikkerpianist opzij en bood aan te spelen zodat de rivier zachtjes haar lepeltje zou laten drijven.
"Een ruil," zei de kikkerpianist met een kleine buiging. "Zing me een rijm, en ik geef je je lepeltje."
Nora dacht even en riep een vrolijk rijmpje. Het lepeltje bobbelde dichterbij en gleed in haar hand. Ze voelde de maanstroop-gevaarlijke spanning in haar buik en glimlachte. "Dank je," zei ze. De kikkerpianist speelde een laatste akkoord en de rivier applaudisseerde met kleine spettertjes.
Hoofdstuk 4: Het kleine kistje
Met lepeltje in de hand volgden ze een smal pad naar een open plek waar kleine lichtjes als lampionnen hingen. Middenin stond een klein kistje met slotjes die leken op sauskommen. Op het kistje lag een briefje: "Voor de verstandige knipooger."
Nora voelde dat ze bedachtzaam moest zijn. Ze keek Flip aan en knipoogde. Flip antwoordde met een overdreven knipoog terug en struikelde bijna over zijn eigen staart. Lulu tikte met haar toverstok en zei: "Open met een verhaal. Elk kistje houdt van verhalen."
Nora pakte haar lepel en klopte drie keer op het deksel alsof het een trommel. Ze vertelde een kort verhaal over een sok die liever danste dan te slapen. Terwijl ze sprak, begon het kistje zacht te trillen. Het klikte en opende langzaam. Binnenin zat geen goud, maar vrolijke dingetjes: een strooppotje met maanstrepen, een deken die nooit koud werd, en een klein boekje vol knipooggrappen.
"Een schat vol knusse spullen," zei Nora zacht. Haar gezicht lichtte op. "Dat lijkt me precies wat we nodig hebben." Ze nam de maanstroop voorzichtig en stopte hem in haar lepeltje. De stroop glansde als melkwegpuzzel.
Alle vrienden keken en voelden een warme gloed. Lulu plukte een van de knipooggrapjes en las het hardop. Iedereen lachte, maar niet die kietellach die je niet kunt stoppen — een zachte, warme lach die als chocoladestreepjes smaakte.
"Wat zullen we doen met de rest?" vroeg Flip. Hij lachte en sprak nu heel serieus en plechtig: "We moeten het bewaren. Voor een dag waarop iemand een beetje zon en een knipoog nodig heeft."
Nora knikte. Ze voelde blijheid als zachte wolkjes in haar borst. "Ja," zei ze. "We stoppen het in een veilige plek."
Hoofdstuk 5: Thuis in een la
Op weg naar huis stopten ze even bij de bladerenboom. Nora pakte het kleine kistje en legde het op haar schoot. "Dit is geen schat om te verstoppen," zei ze. "Het is een schat om te delen als iemand zich verdrietig voelt."
Ze kwamen bij Nora's huisje met het dak van koek en een brievenbus die altijd een kopje thee gaf. Binnen was het warm en de kasten zongen zachtjes slaapliedjes. Nora vond een kleine la, achter een rij van potten met pepermunt. Ze schoof de potten opzij en plaatste het kistje precies in het midden. Ze sloot de la en tikte drie keer.
"Zo," zei Nora, "nu is hij veilig." Ze gaf nog één laatste knipoog naar haar vrienden. "En als je ooit een knipoog nodig hebt, dan weet je waar je moet zoeken." Flip sprong op en omhelsde Nora. Lulu strooide een klein beetje fee-poeder in de lucht en alles glinsterde als suiker op een taart.
"Tot de volgende keer!" riep Flip. De glimwormen maakten een lichtfeestje en Nora voelde zich warm en tevreden. Ze keek naar haar lepeltje, nu leeg maar vol gedachten, en gaf een bedachtzame knipoog. Daarna deed ze de la dicht. De schat was opgeruimd, netjes en wachtend totdat iemand een beetje zon en een knipoog nodig had.