Hoofdstuk 1: Logica zegt Ja
Op een ochtend in het koddige koninkrijk Knetterland, waar de bomen paars zijn en de wolken soms naar aardbeien ruiken, werd Logica wakker. Logica was geen gewone jongen. Hij had stekelhaar, een bril met ronde glazen en een T-shirt met de tekst: ‘JA!' in dikke, groene letters. Logica zei namelijk altijd ‘ja' als iemand iets vroeg. Niet omdat hij niet durfde ‘nee' te zeggen, maar omdat hij nieuwsgierig was naar alles wat er kon gebeuren als je gewoon ‘ja' zei.
“Logica, wil je vandaag ontbijt met blauwe jam en sprankelbrood?” vroeg zijn moeder terwijl ze een pirouette draaide met de broodrooster.
“Ja!” riep Logica vrolijk. “En mag ik er ook een toverbanaan bij?”
“Ja, natuurlijk,” lachte zijn moeder.
Terwijl Logica zijn sprankelbrood opat, hoorde hij plots een luid gebrul buiten. Het klonk als een klokkenspel, maar dan heel vals. Logica rende naar het raam en zag iets groots, groens en glinsterends in de tuin.
“Dat is geen postbode,” fluisterde hij. “Dat is een... draak!”
De draak had een gouden hoedje op en een strikje om zijn nek. Hij keek sip.
“Zeg, Logica,” riep de draak met een stem als een bromtol, “wil je me helpen? Ik ben mijn veters kwijtgeraakt. En ik heb klauw-kramp!”
Logica twijfelde geen seconde. “Ja! Natuurlijk wil ik helpen!”
Hij trok zijn schoenen aan, pakte een rolletje plakband en zijn favoriete vergrootglas. In Knetterland wisten ze: als Logica ‘ja' zegt, begint het avontuur.
Hoofdstuk 2: De Draak met de Losse Veters
Buiten zat de draak op zijn staart, zijn grote poten in de lucht. “Ik heet Flap,” stelde de draak zich voor. “En ik ben een beetje onhandig.”
Logica keek naar Flaps poten. “Zullen we eerst de veters zoeken?”
“Ja!” riep Flap blij. “Maar eh... ik heb er drie. Want ik heb een extra poot.”
Daar moesten ze allebei om lachen.
Samen begonnen ze te zoeken. Onder de struiken vonden ze een veter die om een slak gewikkeld zat. “Wil je je veter terug, Flap?” vroeg Logica.
“Ja, alsjeblieft!” zei Flap.
De slak knikte en kroop vrolijk verder met een grasspriet als sjaaltje.
De tweede veter vonden ze in de vijver, waar een kikker ermee touwtje sprong. “Mag ik mijn veter terug?” vroeg Flap beleefd.
De kikker knipoogde. “Alleen als ik een sprong mag maken op jouw staart!”
“Ja!” zei Flap. Dus hupte de kikker vrolijk op Flaps staart en gaf daarna de veter terug.
De derde veter zat vast in de heg, waar een vogel hem gebruikte als schommel. “Mag ik hem terug?” vroeg Logica.
De vogel tsjilpte: “Ja, maar dan mag jij even schommelen.”
“Mag ik?” vroeg Logica.
“Ja!” riep Flap.
Dus schommelde Logica een rondje, tot hij duizelig was. Daarna had Flap eindelijk zijn drie veters terug.
“Dankjewel!” zei Flap. “Maar... wil je ook helpen met veterstrikken? Mijn klauwen zijn een beetje onhandig.”
“Ja!” lachte Logica. Hij bond alle drie de veters in vrolijke strikken.
Hoofdstuk 3: Het Onverwachte Theefeestje
Net toen ze klaar waren, kwam er een muisje aanrennen met een roze hoedje en een dienblad vol kopjes.
“Wil iemand thee?” piepte het muisje. “Ik heb kamille, framboos en... drakenpeper!”
Flap rilde. “Drakenpeper? Dat klinkt spannend!”
“Wil je het proberen?” vroeg Logica.
Flap slikte. “Ja! Waarom niet?”
Het muisje schonk drie kopjes in. Flap nam een slok van de drakenpeper-thee en blies een wolkje rook uit zijn neus. “Oei! Dat kietelt!”
Logica giechelde. “Wil je nog een slok?”
“Ja!” riep Flap dapper.
Ze dronken allemaal hun thee op. Daarna begon Flap vrolijk te niezen. “Hatsjoe! Hatsjoe! Sorry hoor, dat is de peper!”
Het muisje lachte. “Wil je een koekje erbij?”
“Ja!” riepen Logica en Flap in koor.
Terwijl ze aan hun koekjes knabbelden, kwamen er steeds meer dieren aan. Een eekhoorn met een trommel, een schildpad met een hoed vol confetti, zelfs een konijn op rolschaatsen.
Iedereen vroeg iets: “Wil je dansen? Wil je een liedje zingen? Wil je een confettigevecht?”
Logica zei steeds: “Ja!” En Flap zei steeds: “Ja!” En voor ze het wisten, was het een groot, vrolijk feest in de tuin.
Hoofdstuk 4: Het Grote Opruimavontuur
Na het feestje lag de tuin vol slingers, confetti, lege kopjes, koekjeskruimels en een verdwaalde rolschaats.
Flap keek een beetje bezorgd. “Oei, wat een rommel... Zeg Logica, wil je helpen opruimen?”
Logica knikte. “Ja! Maar laten we het samen doen met iedereen.”
Hij riep: “Wil iedereen helpen opruimen?”
De dieren riepen allemaal: “Ja!”
De eekhoorn trommelde het ritme, de muis verzamelde de kopjes, het konijn rolde op zijn ene rolschaats rond en de schildpad veegde confetti met zijn hoed.
Flap probeerde de slingers op te rollen, maar zijn klauwen zaten in de knoop. “Wil iemand mij helpen?” vroeg hij zacht.
Logica glimlachte. “Ja!” Samen maakten ze de slingers los en rolden ze netjes op.
Zelfs de vogels kwamen helpen en zongen een vrolijk opruimlied. Binnen een mum van tijd was de tuin weer netjes en schoon.
“Wat fijn dat iedereen helpt,” zei Logica. “Het is veel gezelliger samen!”
Flap knikte. “En veel leuker!”
Hoofdstuk 5: Het Opgeruimde Kasteel
“Zeg, Logica,” vroeg Flap, “wil je mee naar mijn kasteel? Daar is het ook een beetje rommelig…”
Logica lachte. “Ja! Ik ben benieuwd hoe een drakenkasteel eruitziet.”
Samen wandelden ze door het bos, over een brug van regenboogstenen, tot ze bij Flaps kasteel kwamen. Het was een groot, glinsterend gebouw met torens van suiker en ramen van gekleurde glas-in-lood.
Binnen lagen bergen knuffels, stapels boeken, lege theekopjes en een verdwaald circusolifantje.
“Wil je helpen opruimen?” vroeg Flap hoopvol.
“Ja!” zei Logica. “Maar laten we het samen met al je vrienden doen.”
Ze riepen iedereen erbij: de muis, de eekhoorn, het konijn, de schildpad en zelfs de kikker en de vogel kwamen aanhupsen en aanvliegen.
Iedereen kreeg een taakje. De muis sorteerde de boeken, de eekhoorn stapelde de knuffels op kleur, de schildpad poetste de ramen, het konijn verzamelde de kopjes en Flap blies met zijn neus stof van de gordijnen.
Logica lachte. “Wil je een wedstrijdje maken wie het snelst klaar is?”
“Ja!” riep iedereen in koor.
Toen alles opgeruimd was, glansde het kasteel als nooit tevoren. Flap was dolblij.
“Dankjewel, Logica! Door samen te werken is alles veel leuker én sneller gegaan.”
Logica knikte. “Als je ‘ja' zegt en elkaar helpt, wordt alles een feestje!”
Flap sloeg een vleugel om Logica heen. “Wil je blijven logeren in mijn opgeruimde kasteel?”
Logica grijnsde. “Ja!” En die nacht droomden ze van nog meer vrolijke avonturen samen, in een kasteel waar iedereen welkom was en waar altijd ruimte was voor een helpende hand en een grote glimlach.