Hoofdstuk 1: Zomer bij oma
“Wat gaan we vandaag doen, mama?” vraagt Noor vrolijk. Noor is een meisje van vier jaar. Ze woont met mama en papa bij oma aan zee deze zomer.
“We gaan samen schilderen, Noor,” zegt mama zacht. “Wil je kleuren buiten in de tuin?”
Noor klapt in haar handen. “Ja! Ik hou van kleuren. Mogen we ook schelpjes zoeken?”
“Natuurlijk, Noor,” zegt oma lachend. “Eerst schilderen, dan naar het strand.”
Noor pakt haar kleurpotloden. Ze ziet de zon, ze ziet de bloemen, ze hoort de vogels zingen.
“Mag ik een zon tekenen?” vraagt Noor.
“Ja, schat,” zegt mama. “En misschien teken je de zee erbij?”
Noor knikt. Ze tekent een grote, gele zon. Daarna maakt ze blauwe golven.
“Wat een mooie zee, Noor! Welke kleur geef je de schelpjes?” vraagt oma.
“Roze, blauw en wit,” antwoordt Noor trots.
Na het tekenen springt Noor op. “Nu schelpjes zoeken, alsjeblieft?”
“Hup, slippers aan,” zegt mama. Ze lachen allemaal.
Ze lopen samen naar het strand. Noor kijkt goed naar het zand.
“Ik zie een schelp!” roept Noor blij.
Oma bukt zich. “Ja, dat is een mooie. Wil je hem in je emmer doen?”
“Ja, oma!” Noor lacht en stopt de schelp in haar blauwe emmer.
Ze zoeken nog meer schelpjes. Noor zingt zachtjes: “Schelpjes zoeken aan het strand, samen met mama en oma aan de hand.”
Hoofdstuk 2: Kleine experimentjes
Als ze terug zijn, zegt mama: “Noor, wil je een klein proefje doen met water?”
Noor kijkt nieuwsgierig. “Wat is een proefje, mama?”
“Dat is een spelletje met water en kleuren,” zegt mama. “Kijk.”
Mama pakt drie bekers. Ze vult ze met water.
“Nu druppelen we rode, blauwe en gele verf in het water,” zegt mama.
Noor kijkt vol verbazing. “Ooh, het water wordt rood! Het water wordt blauw! Het water wordt geel!”
“Ik wil mengen!” roept Noor.
“Doe maar, Noor,” moedigt oma aan. “Kijk wat er gebeurt als je rood en geel mengt.”
Noor giet voorzichtig een beetje rood en een beetje geel samen.
“Het wordt oranje!” roept Noor blij.
Mama knikt. “Heel goed! Noor kan toveren met kleuren.”
Noor lacht. “Mag ik nog mengen?”
“Ja hoor, meng maar blauw en geel,” zegt mama.
Noor mengt blauw en geel. “Groen!” roept ze.
Oma klapt in haar handen. “Wat heb jij veel geleerd vandaag, Noor!”
Noor lacht trots. “Ik ben nu een echte kleuren-tovenaar!”
Hoofdstuk 3: Samen genieten
's Avonds zitten Noor, mama en oma in de tuin.
“Wat vond je het allerleukst vandaag, Noor?” vraagt oma lief.
Noor denkt even na.
“Ik vond het leuk om te schilderen,” zegt ze langzaam. “En om met kleur te toveren. Maar het allerleukst was samen zijn.”
Mama lacht en geeft Noor een kus. “Jij verzint altijd zulke mooie avonturen, Noor.”
Oma zegt zacht: “Met jou is elke dag een feestje.”
Noor geeuwt. “Morgen weer nieuwe avonturen?”
“Natuurlijk, Noor,” zegt mama. “Elke dag is bijzonder als we samen zijn.”
Noor sluit haar ogen. De zon is onder. De zee ruist zachtjes. Noor droomt over kleuren, schelpjes en samen spelen.
Samen zijn is fijn. Zomer is fijn. Elke dag leert Noor iets nieuws – en samen is alles leuker.