De eerste zomerochtend
Het is zomer. De zon schijnt door het raam. Noor wordt wakker in het grote bed bij oma thuis. Ze voelt de zachte lakens. Naast haar ligt haar beste vriendin, Fleur. Fleur lacht en zegt: “Goedemorgen, Noor!” Noor lacht terug. Samen zijn ze op vakantie bij oma.
Vandaag is een speciale dag. Oma heeft een plan gemaakt. Ze gaan samen het dorp verkennen. Noor kijkt naar het papier op tafel. Er staan kleine tekeningen op. Een ijsje, een speeltuin, een boom en een eendje bij de vijver. “We gaan het plan volgen,” zegt oma. Noor knikt. Ze vindt plannen fijn.
Noor en Fleur wassen hun gezichtjes en trekken hun vrolijke zomerjurkjes aan. Fleur heeft een rolstoel, maar dat is gewoon. Noor helpt haar met haar tasje. Samen gaan ze naar de keuken. De lucht ruikt naar vers brood.
Oma zegt: “Eerst lekker ontbijten, dan gaan we op pad.” Noor en Fleur eten brood met jam. Ze drinken melk. Noor voelt zich warm vanbinnen. Buiten kwetteren vogels.
Het grote zomeravontuur
Na het ontbijt pakt oma de tas. Er zit water in, zonnebrand en een grote appel. Noor duwt Fleur voorzichtig richting de voordeur. De zon is zacht op hun huid.
Ze wandelen samen naar het eerste plaatje op het plan: het ijsje. De ijskar staat op het plein. De meneer van de ijskar lacht. “Wat willen jullie?” vraagt hij. Noor zegt: “Twee kleine aardbeienijsjes, alstublieft.” De ijsschep is koud. Noor proeft het zoete ijs. Fleur likt haar ijsje langzaam. Ze lachen samen.
Daarna gaan ze naar de speeltuin. Er zijn kinderen aan het schommelen. Noor duwt Fleur naar de draaimolen. Oma helpt Fleur om voorzichtig in de draaimolen te zitten. Noor stapt er ook bij. De zon glinstert op de draaimolen. Noor draait zachtjes. Fleur roept: “Kijk, ik ga rond!” Noor lacht. Soms voelt Fleur zich een beetje onzeker, maar nu durft ze samen met Noor. Dat maakt haar blij.
Na het spelen kijken ze op het plan. “Nu naar de grote boom,” zegt Noor. Onderweg zien ze vlinders. Noor en Fleur tellen samen. “Eén, twee, drie,” fluistert Fleur. Noor ruikt het gras. Bij de grote boom is er schaduw. Ze gaan even zitten. Oma deelt de appel. Noor geeft Fleur het grootste stuk.
Opeens horen ze gesnater. “Kom, naar de vijver!” roept Noor. Daar zwemmen kleine eendjes. Fleur zwaait naar de eendjes. Noor gooit een klein stukje brood in het water. De eendjes komen snel. Noor en Fleur lachen. De eendjes zwemmen dicht bij elkaar. “Ze zorgen goed voor elkaar,” zegt oma. Noor knikt. “Net als wij,” zegt ze zachtjes.
Samen naar huis
De zon staat nu wat lager. Noor voelt zich een beetje moe. Fleur geeuwt. Het plan is bijna klaar. Noor kijkt naar Fleur. “Vond je het leuk?” vraagt ze. Fleur knikt. “Ja, het was fijn, samen alles doen.”
Oma pakt de tas en ze wandelen langzaam terug naar huis. Noor duwt Fleur voorzichtig en kijkt goed om zich heen. Iedereen is rustig en blij.
Thuis helpt Noor Fleur haar schoenen uit te doen. Samen wassen ze hun handen. Noor voelt zich trots. Ze heeft goed geholpen vandaag. Oma geeft ze allebei een dikke knuffel. “Jullie hebben goed op elkaar gelet,” zegt oma. Noor voelt zich warm en blij. Ze kijkt naar Fleur en lacht.
Ze gaan samen op de bank zitten, onder een zacht dekentje. De zon schijnt nog een beetje naar binnen. Noor sluit haar ogen en denkt aan de eendjes, het ijsje en de grote boom.
Oma zegt: “Jullie zijn echte zomermaatjes.” Noor en Fleur knikken. Samen is alles fijner, denkt Noor. En morgen is er weer een nieuwe zomerdag.