Hoofdstuk 1: Een grote sprong
Kleine konijn Lotte huppelt door het groene gras. De zon schijnt zacht en de vogels zingen. Vandaag wil Lotte iets nieuws doen. Ze kijkt naar een grote plas in de tuin. “Zou ik daar overheen kunnen springen?” vraagt Lotte zachtjes aan zichzelf.
Lotte voelt haar hartje sneller kloppen. Ze vindt het een beetje spannend. Haar pootjes trillen een beetje. “Durf ik dit wel?” fluistert Lotte. Dan komt haar vriendje, de eekhoorn Sam, aanrennen. “Wat ben je aan het doen, Lotte?”
“Ik wil over de grote plas springen,” zegt Lotte. “Maar ik ben een beetje bang. Wat als ik nat word?” Haar staartje trilt zachtjes.
Sam knikt en glimlacht. “Dat snap ik. Soms ben ik ook bang. Bijvoorbeeld als ik voor het eerst een hoge boom in klim.” Lotte kijkt naar Sam. “Echt waar? Ben jij ook wel eens bang?”
Sam zegt: “Ja hoor! Maar samen gaat het beter. Wil je dat ik naast je sta?”
Lotte knikt. Samen gaan ze bij de plas staan. Lotte kijkt naar Sam. “Mijn buik kriebelt. Het voelt raar.” Sam lacht: “Dat is de spanning, Lotte.”
Hoofdstuk 2: Samen proberen
Lotte buigt haar knietjes. “Misschien lukt het wel,” zegt ze. Sam zegt zachtjes: “En als het niet lukt, dan ben ik bij je. Dan lachen we samen om natte pootjes.”
Lotte lacht een beetje. “Dat klinkt fijn.” Ze haalt diep adem. “Oké… Eén, twee, drie!” Lotte springt, zo hoog als ze kan. Plons! Haar achterpootje raakt het water een beetje.
“Oh!” roept Lotte. “Mijn pootje is nat!” Sam klapt in zijn pootjes. “Goed gedaan, Lotte! Je hebt het geprobeerd!”
Lotte kijkt naar haar natte pootje en begint te lachen. “Het is niet erg, Sam! Het water is lekker koel.” Sam grinnikt: “Zie je? Soms lijkt iets spannend, maar valt het best mee.”
Samen springen ze nog een keer. Soms worden ze nat. Soms niet. Maar iedere keer lachen ze samen. De zon droogt hun vachtjes weer.
Hoofdstuk 3: Dappere vriendjes
Nu voelt Lotte zich trots. “Ik was bang, maar ik heb het toch gedaan,” zegt ze. Sam zegt: “Je mag best bang zijn, Lotte. Maar samen gaat het makkelijker.”
Lotte knuffelt Sam. “Dank je, Sam. Met jou durf ik alles.” Sam lacht. “We zijn samen dapper, Lotte.”
De twee vriendjes huppelen verder. Ze voelen zich blij en sterk. Lotte weet nu: bang zijn is niet erg. En samen kan je alles proberen, zelfs als je een beetje bang bent.
Einde.