Op een warme zomerdag zat kleine Tim in de tuin. Hij had een stapel papier en kleurpotloden voor zich liggen. Vandaag wilde Tim een tekening maken, maar hij voelde zich een beetje in de war. Hij wist niet wat hij wilde tekenen.
"Mama," riep Tim, "ik weet niet wat ik moet doen. Mijn hoofd voelt vol!"
Mama kwam naar buiten en ging naast Tim zitten. De zon scheen warm op hun gezichten. "Wat voel je, Tim?" vroeg mama zachtjes.
Tim dacht even na. "Ik voel me een beetje verloren, denk ik," zei hij.
Mama knikte. "Dat is helemaal oké, Tim. Soms weten we niet precies wat we willen of voelen. Het is als een wolkje dat voor de zon drijft."
Tim keek naar de lucht en zag een wolkje voorbij zweven. "Maar hoe gaat dat wolkje weg, mama?" vroeg Tim.
Mama glimlachte. "Soms helpt het om dingen op te schrijven of te tekenen. Misschien kun je een tekening maken die laat zien hoe je je voelt.”
Tim pakte een blauw potlood en begon te tekenen. Hij tekende een blauwe lucht met een klein wolkje ervoor en een zon die erachter schuilging. Terwijl hij tekende, begon hij zich beter te voelen.
"O kijk, mama!" riep Tim enthousiast. "Het wolkje gaat weg en de zon lacht naar mij!"
Mama gaf Tim een dikke knuffel. "Zie je, Tim? Je hebt de zon weer laten schijnen. Soms helpt tekenen ons om te begrijpen wat we voelen."
Tim voelde zich blij en tevreden. Hij had geleerd dat het oké was om in de war te zijn, en dat het altijd een manier was om de zon weer te laten schijnen.
Toen het tijd was om naar bed te gaan, nam Tim zijn tekening mee naar boven. Hij hield hem omhoog voor zijn zacht gloeiende nachtlampje en keek er nog eens naar. "De zon schijnt altijd, zelfs als er wolkjes zijn," fluisterde hij tegen zichzelf.
Tim kroop in bed en sloot zijn ogen. Hij voelde zich rustig en gelukkig. De tekening lag naast hem op zijn nachtkastje. Morgen zou hij weer een nieuwe avontuur aangaan.
En zo, met een stille glimlach op zijn gezicht, viel Tim in slaap, om te dromen over zonnige dagen en wolkjes die voorbij drijven.