Hoofdstuk 1: Een grote, kleine uitdaging
Lina is een klein meisje van drie jaar. Ze heeft bruine krullen en een lieve glimlach. Vandaag is een bijzondere dag voor Lina. Ze mag voor het eerst haar schoenen helemaal zelf aantrekken. Mama zegt: “Lina, vandaag mag jij proberen je schoenen zelf aan te trekken. Ik weet dat jij dat kan!”
Lina kijkt naar haar schoenen. Ze zijn rood met witte stipjes. Ze vindt ze heel mooi. Maar als ze naar de veters kijkt, voelt ze iets raars in haar buik. “Ik weet niet of ik het kan, mama,” zegt Lina zachtjes.
Mama lacht lief. “Het is niet erg als het niet meteen lukt, Lina. Probeer het maar. Ik ben hier bij jou.”
Lina pakt haar eerste schoen. Ze steekt haar voet erin. “Dat lukt al goed!” zegt mama. Lina lacht een beetje. Dan probeert ze haar andere schoen. De schoen wil niet zo goed. Lina duwt en duwt, maar haar voet past niet. “Oh nee…” zegt Lina.
Mama knielt naast haar. “Voel je je een beetje verdrietig, Lina?” vraagt ze.
Lina knikt. “Ja, ik wil het zo graag zelf doen.”
Mama zegt: “Soms is iets nieuws proberen een beetje moeilijk. Maar weet je? Je doet het heel goed. Probeer het nog eens rustig.”
Lina haalt diep adem. Ze probeert het nog eens. Dit keer lukt het! Haar voet zit in de schoen. Lina kijkt op en haar ogen glinsteren.
Hoofdstuk 2: Veters strikken en blije gevoelens
Nu moet Lina haar veters strikken. Ze kijkt naar de lange veters. Ze weet nog niet goed hoe dat moet. “Ik weet niet hoe, mama,” zegt Lina.
Mama pakt haar handen zachtjes. “Zullen we het samen doen?” vraagt ze.
Lina knikt. “Samen!” zegt ze blij.
Mama zegt: “Eerst maak je een kruisje met de veters. Dan maak je een lusje, kijk zo.”
Lina kijkt goed. Ze probeert het na te doen. “Kijk, mama! Een lusje!” roept Lina vrolijk.
“Goed gedaan, Lina!” zegt mama. “Nu nog een keer het lusje om het andere lusje.”
Samen proberen ze het. Het lukt niet meteen. Maar Lina lacht. “Het geeft niet! Nog een keer!”
Ze proberen het nog eens. En nog eens. Tot het opeens lukt. De veter zit vast!
Lina springt op. “Ik heb het gedaan, mama! Helemaal zelf!”
Mama klapt in haar handen. “Wat knap van jou, Lina! Hoe voel je je nu?”
Lina denkt na. Ze voelt haar hartje snel kloppen. Ze voelt zich licht, alsof ze kan vliegen. “Ik voel me blij, mama! Helemaal blij!”
Mama knuffelt haar. “Dat heet ‘blij' of ‘vreugde'. Als je iets nieuws leert en het lukt, voel je vaak blijdschap in je hart.”
Lina glimlacht. “Blij in mijn hart!” zegt ze.
Hoofdstuk 3: De dag vol vreugde
Lina loopt trots door het huis. Ze laat haar schoenen zien aan papa. “Kijk, papa! Ik heb het zelf gedaan!”
Papa lacht. “Wat goed van jou, Lina! Je bent een grote meid.”
Lina voelt de vreugde in haar buik. Het borrelt en kriebelt. Telkens als ze naar haar schoenen kijkt, voelt ze die blijdschap weer.
Later speelt Lina met haar knuffelbeer. “Beer, ik heb mijn schoenen zelf aan!” zegt ze. Beer lacht terug, want in Lina's wereld kan alles.
Dan denkt Lina aan hoe ze zich eerst een beetje verdrietig voelde. Ze weet nu: als iets moeilijk is, mag je het proberen. En als het lukt, word je heel blij.
Mama komt naast haar zitten. “Weet je, Lina? Je mag altijd trots zijn als je iets nieuws probeert. Ook als het niet meteen lukt.”
Lina knikt. “Ik ben blij, mama. Blij en trots!”
Mama zegt: “Dat is mooi, Lina. Vreugde is een fijn gevoel. Je mag altijd blij zijn als je iets probeert.”
Lina knuffelt haar mama. Samen lachen ze. De zon schijnt zacht naar binnen. Lina weet: vandaag was een fijne dag, vol vreugde en liefde.
En als Lina haar schoenen weer uitdoet, zegt ze zachtjes: “Morgen probeer ik het weer. Want blij zijn, dat is fijn!”