Lotte was een klein meisje van één jaar. Ze had een grote glimlach en glanzende ogen. Lotte hield van spelen. Ze speelde elke dag met haar vriendje, Sam. Sam was een schattige hond. Samen gingen ze op avontuur.
Vandaag was het een zonnige dag. Lotte en Sam gingen naar het park. "Laten we spelen!" zei Lotte. "Ja, laten we spelen!" blafte Sam. Ze renden naar de speelplaats. Lotte klom op de glijbaan. "Kijk, Sam!" zei ze vrolijk. "Ik ga glijden!" Ze glipte naar beneden. "Woehoe!" lachte Lotte.
Sam keek naar de hoge schommel. "Ik wil ook spelen!" blafte hij. "Maar het is te hoog voor jou, Sam," zei Lotte. Sam keek een beetje bedroefd. "Ik kan het niet," zei hij. Lotte zag dat Sam zich niet goed voelde. "Ik help je, Sam!" zei ze.
Lotte nam Sam's poot. "Kom, we gaan schommelen!" zei ze. Ze hielp Sam naar de schommel. Sam sprong op de schommel. "Hup, hup, Sam!" riep Lotte. Sam begon te schommelen. "Jippie!" blafte Sam. Hij had plezier!
Lotte en Sam speelden de hele dag. Ze lachten en sprongen. "Vriendschap is leuk!" zei Lotte. "Ja, vriendschap is het beste!" blafte Sam. Ze wisten dat ze elkaar altijd zouden helpen.
Aan het einde van de dag, zaten Lotte en Sam samen op een bankje. "Dank je, Lotte," zei Sam. "Dank je, Sam," zei Lotte. Vriendschap maakt alles beter!