Politieagent Koen wandelt door de straat. Het is een mooie, zonnige dag. Hij draagt een blauw uniform en een grote hoed. "Hallo, kinderen!" zegt Koen met een grote glimlach. "Ik ben politieagent Koen. Ik help mensen!"
Er zijn twee kinderen, Sara en Tom. Ze spelen met een bal. "Wat doe je, politieagent Koen?" vraagt Sara nieuwsgierig. "Ik zorg ervoor dat iedereen veilig is," zegt Koen. "Ik kijk uit voor auto's en help mensen als ze hulp nodig hebben."
Tom kijkt om zich heen. "Heb je ooit een geheim opgelost?" vraagt hij. Koen knikt. "Ja! Gisteren was er een verloren hond. Ik heb hem gevonden! Hij was onder een boom," vertelt Koen.
Sara zegt: "Dat is leuk! Wat nog meer?" Koen lacht. "Ik leer kinderen over verkeersregels. Stop, kijk en loop!" zegt hij. "Zo blijven we allemaal veilig."
De kinderen lachen en herhalen: "Stop, kijk en loop!" Ze vinden het leuk. Koen geeft hen een sticker. "Jullie zijn goede helpers!" zegt hij blij.
De zon schijnt. Koen zwaait en zegt: "Vergeet niet, ik ben altijd hier om te helpen!" "Dank je, politieagent Koen!" roepen Sara en Tom. Ze zijn blij en voelen zich veilig.