Mama politie loopt rustig over het plein. Haar jas is blauw. Haar pet is blauw. “Tuut tuut,” doet haar politiefiets. Mama politie zwaait. “Dag, Sam!” roept ze lief. Sam lacht en zwaait terug.
Mama politie kijkt goed rond. Ze ziet een kindje huilen. “Wat is er?” vraagt mama politie zacht. Het kindje snikt, “Mijn bal is weg.” Mama politie buigt zich. “Kom, we zoeken samen,” zegt ze. Samen lopen ze stap, stap, stap. Ze horen: “Boing!” Daar rolt de bal. “Hoera!” roept het kindje blij. “Dankjewel!”
Mama politie helpt een oma. Oma draagt een zware tas. “Mag ik helpen?” vraagt mama politie. Samen tillen ze de tas. “Dankjewel,” zegt oma en glimlacht.
Op de hoek zegt mama politie: “Kijk altijd goed links en rechts bij het oversteken.” Ze steekt samen met een jongetje over. “Veilig!” roept het jongetje en geeft een high five.
Mama politie praat met iedereen. Ze lacht, luistert en helpt. “Dag!” roept de bakker. “Dag!” roept mama politie vrolijk.
Aan het einde van de dag fietst mama politie weer naar huis. “Tuut tuut!” klinkt haar fiets zacht. Iedereen voelt zich fijn en veilig.
Samen zorgen we voor elkaar, dat is fijn.