Op een zonnige dag loopt meneer Jan, de politieagent, over straat. Meneer Jan is vrolijk. Hij heeft zijn blauwe uniform aan en een fluitje om zijn nek. Kindjes zwaaien naar meneer Jan. Ze roepen: "Hallo, meneer de agent!"
Meneer Jan zwaait terug. Hij lacht vriendelijk. "Dag kindjes! Wat zijn jullie allemaal lief vandaag," zegt hij. Meneer Jan houdt van zijn werk. Hij helpt mensen en houdt de straat veilig.
Vandaag luistert meneer Jan naar het verkeer. De auto's rijden snel. Meneer Jan blaast op zijn fluitje. "Stop, auto!" roept meneer Jan. De auto stopt. De bestuurder lacht. "Dank je, meneer Jan," zegt hij. Meneer Jan glimlacht terug.
Meneer Jan ziet een kleine kat. De kat zit vast in de boom. "Oh nee, arme kat," denkt meneer Jan. Hij haalt zijn ladder en klimt in de boom. De kat miauwt zachtjes. "Kom maar, katje," zegt meneer Jan. Hij pakt de kat voorzichtig op en brengt hem naar beneden.
De kindjes klappen. "Goed gedaan, meneer de agent!" roepen ze. Meneer Jan voelt zich trots. Hij aait de kat en zet hem op de grond. De kat rent weg, snel naar huis.
Dan loopt meneer Jan verder. Hij ziet een kind dat zijn mama kwijt is. Het kind huilt. "Niet verdrietig zijn," zegt meneer Jan zachtjes. "Ik help je." Meneer Jan pakt het handje vast. Samen zoeken ze de mama. Binnenkort vindt meneer Jan haar. Het kind lacht en omhelst zijn mama.
Meneer Jan zwaait gedag. "Vandaag is een goede dag," denkt hij. Meneer Jan houdt ervan om mensen te helpen. Hij wandelt verder, over zonnige straten, klaar voor het volgende avontuur.
Helpen maakt iedereen blij.