Op een zonnige ochtend loopt meneer Tim, de vriendelijke politieagent, door het park. Hij zwaait naar alle mensen die hij ziet. "Goedemorgen!" roept hij blij. Zijn politieauto glinstert in de zon. Hij houdt zijn pet stevig vast zodat die niet wegwaait.
In het park ziet meneer Tim een klein hondje. Het hondje blaft naar een vlinder. "Rustig maar," zegt meneer Tim zachtjes. Hij hurkt neer en aait het hondje. "Je bent een lieve hond," glimlacht hij. Het hondje kwispelt blij met zijn staart.
Meneer Tim loopt verder en ziet een meisje dat haar ballon heeft losgelaten. "Oh nee!" roept ze. De ballon waait weg. Meneer Tim strijkt zijn pet recht en rent snel naar de ballon. "Ik zal helpen," zegt hij. Hij springt en pakt de ballon vast. Hij geeft hem terug aan het meisje. "Dank je wel!" zegt ze lachend.
Verderop ziet meneer Tim een jongen die zijn schoen kwijt is. De jongen kijkt bezorgd. "Waar is je schoen?" vraagt meneer Tim. Samen zoeken ze en vinden de schoen onder een bankje. De jongen lacht en trekt zijn schoen weer aan. "Dank je, meneer Tim!" zegt hij blij.
Meneer Tim helpt ook een oude dame om de straat over te steken. Hij steekt zijn hand uit en begeleidt haar rustig naar de overkant. "Dank je, jonge man," zegt ze met een glimlach.
Aan het einde van de dag rijdt meneer Tim terug naar het politiebureau. Hij voelt zich blij. Zijn werk is om mensen te helpen en dat doet hij graag.
Altijd klaarstaan om anderen te helpen maakt de wereld een fijnere plek.