Bezig met laden...
Verhaal van superhelden 3/4 jaar Lezen 6 min. (1)

Kapitein Kompas en de verdwaalde reus

Kapitein Kompas en zijn helpers ontmoeten een reusachtig, verdwaald wezen dat Sterrenstad onrustig maakt, en ze bedenken op een rustige manier hoe ze het kunnen helpen.

Download dit verhaal als PDF

Ideaal om dit verhaal te delen of af te drukken!

Download het e-book (.epub)

Lees dit verhaal op uw e-reader.

Kapitein Kompas, kalm en vriendelijk met zachte glimlach en donkerblauw nachtjasje bezaaid met fonkelende sterren en een groot lichtgevend kompas op de borst, zweeft lichtjes op een lichtskateboard en steekt een hand uit naar de grote bezoeker; een ongeveer 6‑jarige roodharige jongen staat linksonder op het plein en wuift blij; Mevrouw Maan, een vrouw van circa 30 met zilvergrijs haar in een knot, eet een ijsje op een bankje bij een lantaarn en kijkt verrast maar gerust; Puk, een klein roodharig hondje met pilotenhelm zit in een mini‑luchtkar naast de kapitein en kwispelt; de reusachtige bezoeker heeft glanzende groenblauwe schubben, zachte groene ogen en een vermoeide maar nieuwsgierige uitdrukking, hij buigt zich voorzichtig over de stad met een poot dicht bij de kust zonder gebouwen te beschadigen; de scène speelt zich af in Sterrenstad bij schemering met afgeronde daken, snoepachtige ramen, een vliegende zilveren tram, een geplaveind plein met fontein en kleurrijke winkeltjes en aan de horizon de donkere zee waarin de stralende blauwe Sterrenpoort licht geeft; hoofdgebeuren: een vredige, warme ontmoeting tussen de zwevende superheld en de reus aan de rand van de stad, met warme lichten, kleine vonkjes rondom het kompas en inwoners die zonder angst toekijken terwijl er een gebaar van leiding en vriendschap naar de lichtpoort wordt gemaakt. meld een probleem met deze afbeelding

In Sterrenstad glimmen de ramen als snoepjes. De lucht is blauw-paars, met kleine lichtpuntjes. Hoog boven de daken zoemt een zilveren tram in de lucht. Iedereen lacht en zwaait.

Op het hoogste gebouw staat een man. Hij is groot en sterk, maar zijn ogen zijn zacht. Hij draagt een jas die lijkt op de nacht, met sterren erop die echt twinkelen. Op zijn borst staat een teken: een kompas dat licht geeft. Zijn naam is Kapitein Kompas.

Kapitein Kompas luistert met zijn oor naar de wind. “Alles rustig,” zegt hij. “Mooi zo.”

Beneden eet mevrouw Maan een ijsje. De hond Puk draagt een klein helmpje. Kinderen spelen met vliegende ballen. Alles is vrolijk.

Dan trilt de grond. Niet hard. Meer als een dikke kat die zich omdraait. De lucht-tram wiebelt een beetje. Een paar vogels maken een rondje in de lucht.

“Woeef?” zegt Puk.

Kapitein Kompas legt zijn hand op het dak. “Dat is geen storm,” fluistert hij. “Dat is… een voetstap.”

Aan de rand van de stad komt iets groots omhoog. Een reusachtige schaduw. Een wezen, zo hoog als drie torens. Het heeft lange armen, glanzende schubben als natte stenen, en ogen die zacht groen schijnen. Het kijkt naar de stad alsof het iets zoekt.

Mensen stoppen even met lopen. Iemand laat bijna zijn ijs vallen.

Kapitein Kompas springt. Woesj! Zijn laarzen maken lichtstrepen. Hij landt op een zwevend bord, als een skateboard van sterrenlicht. Hij schiet door de lucht, langs wolken die ruiken naar popcorn.

“Geen paniek,” roept hij. Zijn stem klinkt als een warme trom. “Ik ben er!”

Hij is snel en dapper, maar hij glimlacht ook. “Sterrenstad, blijf gezellig. Ik ga even praten met onze grote bezoeker.”

Het wezen zet een voet neer. BOEM… maar zacht, alsof het op een kussen stapt. Toch rammelt een stapel lege blikken. Een robot-straatveger draait rondjes. “Biep-biep! Oeps.”

Kapitein Kompas zweeft naar het gezicht van het wezen. Hij houdt zijn handen open. “Hallo daar,” zegt hij. “Ik ben Kapitein Kompas. Jij bent heel groot. Dat is knap. Maar je lijkt ook een beetje… verward.”

Het wezen knippert. “GROOOOM,” bromt het. De brom klinkt als een grote trommel, maar niet boos. Meer moe.

Kapitein Kompas wijst naar zijn borst. Het kompas licht op en maakt een rustige ping. “Dit kompas voelt gevoelens. En ik voel: jij bent niet gevaarlijk. Jij bent… hongerig en de weg kwijt.”

“GROOOOM… thuis,” zegt het wezen. Zijn schubben worden een beetje dof.

Kapitein Kompas knikt. “Aha. Dan lossen we dat op. Zonder geduw. Zonder gedonder. Oké?”

Hij tikt op zijn pols. Er komt een klein schermpje uit zijn mouw. “Team Sterrenstad, ik heb een zachte missie!”

Drie helpers zoemen aan: een drone met een lampje, een brandweer-robot met waternevel, en Puk de hond in zijn helmpje, in een mini-luchtkarretje.

“Waf!” zegt Puk. Alsof hij zegt: ik ben er klaar voor.

Kapitein Kompas lacht. “Jij ook, Puk. Heel heldhaftig.

Hij laat de drone een grote pijl van licht maken in de lucht. De pijl wijst naar de zee, waar een blauwe poort flikkert tussen golven: de Sterrenpoort.

“Zie je dat?” vraagt Kapitein Kompas. “Daar is een deur naar jouw thuis. Maar eerst: rustig ademhalen.”

Hij doet het voor. In… uit… In… uit…

Het wezen doet mee. In… uit… Zijn schouders zakken. De schubben glanzen weer.

De brandweer-robot spuit geen harde straal, maar een fijne mist. “Pssst,” zegt de mist. Het koelt en kalmeert.

Kapitein Kompas zweeft mee, heel dichtbij, als een vriend. “Stapjes,” zegt hij. “Kleine stapjes. Zoals een reus die op wolken loopt.”

Het wezen zet één stap. Dan nog één. De stad blijft heel. Kinderen zwaaien weer. Mevrouw Maan roept: “Dag, grote vriend!”

Bij de zee stopt het wezen. De Sterrenpoort zingt zacht, als een slaapliedje. Kapitein Kompas legt zijn hand tegen de grote vinger van het wezen. Die vinger is warm.

“Je hebt het goed gedaan,” zegt hij. “Dapper. En lief.”

“GROOOOM… dank,” bromt het wezen. En heel voorzichtig maakt het een klein lachje. Het stapt door de poort. Flits. Weg. De lucht ruikt weer naar popcorn.

Kapitein Kompas zucht blij. “Missie klaar.”

Terug in Sterrenstad landt hij op het plein. Puk springt tegen hem aan. “Waf-waf!”

Kapitein Kompas grinnikt. “Ja, jij ook een held. Maar je helm zit scheef.”

Iedereen lacht. De lucht-tram zoemt weer recht. De ramen glimmen. En boven op het hoogste gebouw staat Kapitein Kompas, rustig en trots, terwijl zijn kompas zacht pingt: alles is veilig, alles is goed.

Zonder advertenties 3€ per maand

Wilt u ononderbroken lezen? Steun Oh My Tales, verwijder alle advertenties en geniet van andere inbegrepen voordelen vanaf 3€ per maand.

Bekijk de plannen en tarieven
Delen

rapporteer een probleem met dit verhaal

Wat vond je van dit verhaal?

Geef uw mening door een beoordeling te geven aan dit verhaal op basis van wat u en/of uw kind ervan vonden. Bij voorbaat dank!

Dank je wel! Uw beoordeling is in behandeling genomen!

Huidige beoordeling: 5 van 5 (1 beoordelingen)

De quiz: heb je het verhaal goed begrepen?

Glimmen
Licht geven en glans hebben, zoals suiker of nat glas in de zon.
Kompas
Een klein instrument dat laat zien welke kant noord is.
Fluistert
Zacht praten met weinig geluid, zodat anderen het bijna niet horen.
Reusachtige
Heel, heel groot, veel groter dan een mens of huis.
Schubben
Harde plakjes op de huid van sommige grote dieren, zoals vissen of draken.
Bromt
Een diepe, lage geluid maken, als een grote beer of trommel.
Mist
Heel fijne waterdruppeltjes in de lucht die dingen wazig maken.
Missie
Een taak of klus die iemand moet doen om te helpen of iets op te lossen.
Heldhaftig
Moedig en dapper, iets doen om anderen te helpen.
Flikkert
Kort en zacht licht aan en uit gaan, alsof iets knippert.

Creëer een magisch en uniek verhaal voor uw kind!

Creëer in slechts een paar minuten een gepersonaliseerd avontuur waarin uw kind de held wordt. Met onze exclusieve tool is het gemakkelijk, gratis en leuk!

Een verhaal creëren

Download dit verhaal:

Download dit verhaal als PDF Download het e-book (.epub)

Ontvang elke zondagavond nieuwe verhalen!

Ontvang 7 spannende en boeiende verhalen, afgestemd op de leeftijd en smaken van uw kind, elke zondag om 17:00*. Het is gratis en gegarandeerd zonder spam!
*E-mail verzonden om 17:00 uur Midden-Europese Tijd (CET).
We houden ook niet van spam. Daarom sturen we alleen verhalen. U kunt zich op elk gewenst moment afmelden.