De lucht glanst
In Sterrenstad schijnen de lampjes zacht. De stoep is schoon. De lucht ruikt naar warme wafels. Hoog boven de daken zweeft een man met een glimmende cape.
Hij heet Kapitein Kompas. Zijn pak is nachtblauw met zilveren streepjes, alsof er kleine sterren op zitten. Op zijn borst staat een ronde knop die zacht “piep” zegt. Aan zijn riem hangt een mini-rugzak met vrolijke gadgets: een veer-touw, een plakpleister-robotje en een zakje sprankelstof.
“Kompas klaar!” zegt Kapitein Kompas. “Ik let op iedereen.”
Beneden loopt mevrouw Maan met haar hondje, Plof. Plof snuffelt en wiebelt met zijn staart. Een groepje kinderen zwaait naar de lucht. “Hoi, Kapitein!” roepen ze.
Kapitein Kompas zwaait terug. “Hoi, heldjes-in-opleiding!”
De grote bubbelwind
Plotseling komt er een zachte zoem. Uit de lucht drijft een grote, kleurrijke bubbel. Hij is niet eng, maar wel heel, heel groot. Hij rolt als een ballon over de straat en maakt alles extra glanzend.
“Brrm-bubbel!” zegt de bubbel, alsof hij praat.
Een jongen met een ijsje schrikt even. Zijn ijsje glijdt. “O nee, mijn ijs!”
Kapitein Kompas duikt omlaag. “Rustig maar. Ik ben er!” Hij klikt op zijn borstknop. “Piep-piep, kompasmodus!”
Hij gooit zijn veer-touw. Boing! Het touw springt zacht en vangt het ijsje op. Het ijsje landt netjes terug in het hoorntje. “Ta-da!”
De jongen lacht. “Dank je!”
De bubbelwind duwt nu een kinderwagen een beetje vooruit. Papa Puffel houdt hem vast, maar zijn schoenen glijden. “Oepsie!”
Kapitein Kompas zet zijn laarzen op “plak-stand”. Plak! Plak! Hij staat stevig als een boom. Hij pakt de kinderwagen met één hand en papa's hand met de andere. “Samen sterk,” zegt hij.
Dan ziet hij Plof. Het hondje zit vast in een glimmende bubbel-bel. Plof kijkt verbaasd: “Woef?”
“Geen zorgen, Plof.” Kapitein Kompas strooit sprankelstof. “Sprankel, sprankel, zacht en blij!” De bubbel-bel wordt een zeepbel en… poef! weg. Plof springt blij rond.
Kapitein Kompas kijkt naar de grote bubbel in de lucht. “Jij zoekt vast de weg,” zegt hij. “Maar niet door de stad te rollen.”
Hij pakt zijn mini-robotje. “Pleistertje, help!” Het robotje zoemt en plakt drie zachte lucht-pleisters op de bubbel. Sssss… de bubbel wordt kleiner, kleiner, tot hij een klein ballonnetje is.
Kapitein Kompas knoopt het ballonnetje aan een lantaarn. “Daar mag je rustig zweven.”
Rust in Sterrenstad
De straat is weer normaal. Het glanst nog een beetje, als ochtenddauw. Mevrouw Maan klapt in haar handen. De kinderen juichen.
Papa Puffel zegt: “Je bent onze superheld!”
Kapitein Kompas knipoogt. “Ik doe mijn best. En ik maak ook fouten… maar ik fix ze.”
Plof blaft vrolijk: “Woef-woef!” Alsof hij zegt: “Held!”
Kapitein Kompas stijgt langzaam op. Zijn cape wappert als een vlag. “Slaap zacht, Sterrenstad,” zegt hij. “Ik blijf boven jullie waken.”
De lampjes blijven warm. De lucht blijft rustig. En in de verte zoemt het kleine ballonnetje heel zacht: “Brrm-bubbel… dank je.”