In het midden van een vrolijke, kleurrijke stad woonde een bijzondere vrouw. Haar naam was Bliksem-Lotte. Ze had glanzend blauwe haren, een heldere cape vol sterren en laarzen die lichtjes gaven als ze liep. Iedereen in de stad kende haar, want Bliksem-Lotte was een echte superheldin. Ze hield van lachen, rennen en zorgen voor anderen.
Elke ochtend sprong Bliksem-Lotte uit bed, klaar voor een nieuwe dag. Ze keek uit haar raam en zwaaide naar de mensen op straat. “Goedemorgen!” riep ze vrolijk. De mensen lachten terug. Ze wisten dat Bliksem-Lotte altijd in de buurt was.
Op een dag, terwijl de zon scheen en vogels zongen, hoorde Bliksem-Lotte iets vreemds. Ze hoorde een zacht “Help!” uit het park. Ze zette haar bliksem-laarzen aan en rende razendsnel naar buiten. Haar haren wapperden in de wind.
In het park zag ze kleine Max, die verdrietig keek naar zijn vlieger. De vlieger zat hoog in een boom. “Mijn vlieger zit vast!” snikte Max. Bliksem-Lotte glimlachte warm. “Geen zorgen, Max. Ik help je!” zei ze.
Ze sprong met één grote sprong omhoog, haar cape fladderde. Ze reikte naar de tak en pakte de vlieger voorzichtig vast. “Hier is je vlieger weer!” zei ze blij, terwijl ze hem aan Max gaf. Max lachte weer. “Dankjewel, Bliksem-Lotte!” riep hij. Ze gaf hem een knipoog.
Net toen Bliksem-Lotte dacht dat alles rustig was, hoorde ze een vreemd geluid. “Brom, brom, brom!” klonk het uit de straat. Ze keek en zag mevrouw Jansen met haar rollator. De rollator wiebelde en mevrouw Jansen keek bezorgd. “Mijn wielen zijn los!” riep ze.
Bliksem-Lotte knielde naast mevrouw Jansen. “Laat mij maar even kijken,” zei ze zacht. Met haar handige bliksem-schroevendraaier draaide ze de wielen stevig vast. “Zo, nu kun je weer fijn wandelen!” zei Bliksem-Lotte vrolijk. Mevrouw Jansen glimlachte breed. “Wat ben jij toch een held!” zei ze.
Op dat moment begon het zachtjes te regenen. De lucht werd grijs, maar Bliksem-Lotte bleef vrolijk. Ze hield haar cape boven een groepje kinderen zodat ze droog bleven. “Dankjewel, Bliksem-Lotte!” riepen ze in koor. Lotte lachte. “Samen blijven we droog!” zei ze.
Plotseling zagen ze dat de fontein op het plein heel hard spoot. Het water ging alle kanten op! De bloemen werden nat en de duiven vlogen verschrikt weg. De mensen keken verbaasd. “O jee!” zei Bliksem-Lotte. “Dat is wel héél veel water!”
Ze rende naar de fontein. Met haar bliksem-armen draaide ze snel aan het grote wiel bij de fontein. Het water stopte. Iedereen klapte en juichte. “Hoera voor Bliksem-Lotte!” riep een klein meisje. Bliksem-Lotte maakte een diepe buiging, met een grote glimlach.
Na al haar avonturen voelde Bliksem-Lotte haar buikje knorren. Tijd voor een pauze, dacht ze. Ze liep naar het plein, waar haar vrienden haar opwachtten. Ze gingen samen op een bankje zitten en deelden lekkere boterhammen.
“Wat heb je vandaag allemaal gedaan?” vroeg haar vriendin Sara. Bliksem-Lotte lachte. “Ik heb vliegers gered, wielen vastgezet, kinderen droog gehouden en de fontein gestopt!” zei ze trots. Iedereen lachte en klapte.
De zon kwam weer tevoorschijn. De regenboog verscheen aan de lucht. Bliksem-Lotte wees omhoog. “Kijk eens, een regenboog! Zullen we samen onder de regenboog door rennen?” vroeg ze. Iedereen sprong op. Hand in hand renden ze over het plein, onder de kleuren van de regenboog.
Toen het tijd was om naar huis te gaan, zwaaide Bliksem-Lotte naar iedereen. “Tot morgen!” riep ze. “Morgen is er weer een heldenavontuur!” De mensen zwaaiden terug. “Dag Bliksem-Lotte! Dankjewel!”
Thuis waste Bliksem-Lotte haar handen en dronk een beker warme melk. Ze keek naar haar cape, die een beetje nat was van de regen. “Wat was dat een mooie dag,” fluisterde ze zachtjes. Ze voelde zich blij, want ze had haar stad geholpen.
Voor ze ging slapen, keek ze nog één keer uit het raam. De stad lag rustig te dromen. Bliksem-Lotte glimlachte. “Morgen ben ik er weer, klaar om te helpen,” zei ze zacht. Ze kroop in haar bed, trok haar zachte deken over zich heen en sloot haar ogen.
De sterren twinkelden boven de stad. Iedereen sliep veilig en fijn, want Bliksem-Lotte was altijd dichtbij. En als er morgen weer iets zou gebeuren, dan was zij er om te helpen. Want superhelden slapen ook, maar ze zijn altijd klaar voor een nieuw avontuur.
Slaap zacht, Bliksem-Lotte. Slaap zacht, lieve stad.