De stad wordt wakker
In de kleurrijke stad Luminix wonen mensen, robots en dieren samen. De lucht is helderblauw en overal knipperen lichtjes. De straten glimmen van het frisse metaal. Overal zijn zwevende fietsen en kleine praatpalen die je altijd willen helpen. In het midden van de stad staat een grote, vrolijke fontein. Iedereen lacht en zwaait naar elkaar.
Op de hoogste toren woont Astra Blitz. Astra is een stoere vrouw met lang, glinsterend haar en een glimlach die iedereen blij maakt. Ze draagt een blauw pak met gele bliksemschichten en haar schoenen kunnen springen als een veer. Astra is een echte superheld. Ze beschermt Luminix met haar kracht en haar hart.
Vanmorgen krijgt Astra iets speciaal van haar vriendin, robotkat Pixel. Pixel laat een blinkend tuigje zien. "Dit is een gravitisch harnas," spint Pixel zacht. "Het maakt je licht als een veertje, Astra!" Astra lacht en doet hem meteen om. "Dank je, Pixel. Nu kan ik de stad nog sneller helpen."
Plots schudt de grond. De fontein spettert hoog de lucht in. Iedereen schrikt, maar niemand is bang. Vanuit het park klinkt een diepe snurk. Ze rennen allemaal naar het grote plein. Daar ligt een enorme reus, slapend met zijn hoofd op een bushalte. Zijn schoenen zijn groter dan een auto en hij draagt een jas van bladeren en bloemen.
De mensen fluisteren: "Is de reus gevaarlijk? Waarom is hij hier?" Pixel kijkt naar Astra. "Misschien is hij gewoon moe."
Astra en de slapende reus
Astra springt naar voren. Ze zwaait vriendelijk. “Hallo, meneer de reus! Slaapt u lekker?” De reus bromt zachtjes, maar blijft slapen. Zijn snurk klinkt als de wind.
De mensen kijken bezorgd. “Stel dat hij wakker wordt en alles omstoot?” zegt een meneer met een rode hoed. Astra lacht. “Niet bang zijn. Ik ga praten met de reus!”
Astra activeert haar gravitisch harnas. Ze zweeft zachtjes omhoog tot naast het oor van de reus. Ze fluistert: “Meneer de reus, wilt u wakker worden? We willen graag weten waarom u hier slaapt.”
Langzaam doet de reus één oog open. Hij gaapt, zo wijd als de fontein. “Oh… waar ben ik?” mompelt hij slaperig. “Dit is Luminix,” zegt Astra vriendelijk. “We zijn een beetje geschrokken, maar we helpen graag. Wilt u iets drinken?”
De reus knikt traag. Astra roept met een heldere stem: “Water voor onze reus, alsjeblieft!” Kinderen en robots sjouwen samen met waterflessen. De reus drinkt dorstig. “Dank jullie wel. Ik… ben verdwaald en heel moe geworden.”
De waarheid van de reus
Astra vraagt: “Waarom kwam u naar Luminix, meneer de reus?” De reus zucht diep. “Ik zag allemaal lichten hier. Mijn ogen werden moe. Ik dacht dat het een bed van sterren was. Nu weet ik dat het jullie mooie stad is.”
Astra lacht. “We snappen het. De stad kan soms erg licht zijn. Wilt u misschien terug naar uw eigen plek?” De reus knikt. Kinderen zwaaien naar hem. “Dag meneer de reus! Kom gerust eens terug, maar val niet op de bushalte!” roept een meisje met een hoge stem.
De reus lacht, zijn lach klinkt als donder, maar iedereen voelt zich veilig. “Dankjewel, helden van Luminix.”
Astra zweeft naast hem, het gravitisch harnas blinkt in de zon. Samen met de robots en de mensen wijzen ze de reus het pad naar het bos, net buiten de stad. Daar vindt de reus een groot grasveld om uit te rusten. De stad is weer rustig.
Pixel krabbelt tegen Astra's been. “Goed gedaan, Astra! Je hebt de waarheid gevonden en iedereen gerustgesteld.”
De burgemeester van Luminix komt naar Astra. In zijn hand heeft hij een gouden badge, met het teken van een bliksem. “Voor onze dappere Astra Blitz. Jij maakt Luminix veilig en vrolijk!” roept de burgemeester.
Astra glimlacht en wijst naar iedereen. “Samen zijn wij Luminix!”
Die avond glanzen de lichten nog iets mooier. De stad is veilig en iedereen slaapt rustig. Astra en Pixel kijken naar de sterren. Alles is goed.