Hoofdstuk 1: Waar zijn de lampjes?
Finn is een kleine jongen van vier jaar. Finn houdt van Kerst. Hij houdt van de lichtjes, de slingers en de grote kerstboom. Maar op een ochtend kijkt Finn verbaasd rond. “Hé, waar zijn de kerstballen?” vraagt Finn. De slingers liggen op de stoel. De lichtjes hangen aan de deur. De piek ligt op zijn bedje!
“Mama, wat is er gebeurd?” roept Finn. Maar mama lacht alleen. “Misschien is er een lutin farceur op bezoek!” zegt ze zacht. Finn kijkt onder de tafel. Hij kijkt achter de gordijnen. En ja hoor, daar ziet hij een klein mannetje met een rood mutsje en een brede glimlach. De lutin farceur knipoogt en zegt: “Ik hou van grapjes!”
Hoofdstuk 2: De grappen van de lutin
Finn kijkt naar de lutin. “Waarom doe je dat?” vraagt Finn. De lutin springt op een stoel. “Ik hou van spelen! Kerst is leuk met grapjes. Kijk maar!” Hij maakt een slinger om Finns stoel. Hij zet een kerstbal op Finns hoofd. Finn lacht hard.
Maar Finn wil ook helpen. “Wil je met mij de boom versieren?” vraagt Finn. De lutin denkt even na. Dan zegt hij: “Alleen als we samen grapjes maken!” Finn knikt blij. Samen maken ze lachende gezichtjes op de kerstballen. Ze verstoppen kleine snoepjes onder de kussens. Finn giechelt. “Dit is leuk!”
Hoofdstuk 3: Vrienden in de kersttijd
De kamer is nu vol lichtjes en gelach. De lutin zegt: “Finn, Kerst is samen lachen en samen spelen.” Finn knikt. “En samen versieren!” zegt hij trots. De lutin springt op Finns schouder. “Zullen we nog één grapje doen?” vraagt hij.
Ze zetten allemaal kerstballen in mama's pantoffels. Mama lacht als ze het ziet. “Wat een vrolijke boel!” roept ze. Finn lacht en de lutin lacht ook. “Jij bent een goede vriend,” zegt Finn zacht. De lutin glimlacht. Samen zingen ze een kerstliedje. De kamer is warm, de lichtjes twinkelen en iedereen is blij.
Finn weet nu: met een beetje magie, een beetje plezier, en een goede vriend is Kerstmis het allerleukst.