Onder de grote tent is het licht zacht en warm. Kleine Fien is een jaar. Ze zit op mama's knie. Ze draagt een rode pet. “Ik wil kijken!” zegt Fien.
Boem boem doet de trom. Het gordijn gaat open. De clown rolt op een grote bal. Hij niest. “Hatsjoe!” Uit zijn zak komen kleine snippertjes. “Ooooh,” zegt Fien. Dan lacht de clown. “Hahaha!”
Achter het gordijn is het druk. Een hond met een strikje loopt rond. De hond zet een neus op. De neus valt op zijn teen. “Ooooh.” De hond wiebelt. “Hahaha!”
De clown zoekt zijn hoed. “Waar is mijn hoed?” Fien wijst. “Daar!” De hoed ligt onder een doek. “Dank je,” zegt de clown. Het is weer goed.
De springer springt zacht op een mat. Handen in de lucht. “Ooooh!” Fien klapt. “Nog een keer!” De springer buigt en lacht breed.
Er is ook tover. Een hoed, een stok, een pling. “Kijk,” zegt de tovenaar. “Een sjaal.” Nog een sjaal. Nog een sjaal. “Een, twee, drie!” “Ooooh.” De clown doet gek met de sjaal. Hij maakt een knoop om zijn oor. “Hahaha!”
Fien trekt aan een klein touw. “Klik!” Lampjes gaan aan als sterren. Iedereen zwaait. “Hoera voor Fien!” Fien zwaait terug. Ze voelt zich blij en rustig.
Samen lachen, helpen en delen is lief en fijn.