In de grote tent lopen drie meisjes. Ze zijn alle drie twee jaar. Ze lachen. Ze dragen kleine hoeden. "Kijk!" zegt één. "Ooooh!" zeggen de andere twee.
Op de piste staat een grote mand. Toc-toc! Een muis piept. "Hoi," zegt de muis. De meisjes klappen. Hop hop! Ze dansen. Plouf! Een ballon valt in een bak met water. Het maakt een klein geluidje. "Ha ha!" lacht een meisje.
In de coulissen ruikt het naar popcorn. Een clown komt met een soepkom. "Soeplekker," zegt hij. De meisjes proeven met een lepel. Mmm. Ze maken een bubbeltje. "Boing!" roept een meisje als de bel gaat. Het licht knippert. Ooooh! Dan een grapje: de clown trekt een lange sok uit zijn mouw. Zing! Een vogel vliegt uit de sok. "Kukeleku!" zegt de vogel. Hahaha! De meisjes klapperen.
Op het podium oefenen ze samen. Eén loopt op stelten. Eén gooit zakjes in de lucht. Eén draait een hoepel. "Hop!" zeggen ze. Het hoepel draait en draait. Ooooh! De hoepel verandert in een krans van licht. Hahaha! De hele tent juicht. De muis doet een buiging. De ballon zegt dank je. Plof, plof, plof.
Na de show lopen ze hand in hand. De lampen gaan zacht. De clown geeft elk meisje een ster van papier. "Voor jou," zegt hij. Ze blazen erop. De sterren twinkelen nog een beetje.
Iedereen slaapt met een glimlach.
Een klein gebaar maakt groot plezier.