Er was eens een vrolijke kleine draak. Deze draak hield van spelen en lachen. Op een dag kwam hij bij de mooie circus. "Wauw!" zei de draak. "Dit is leuk!"
De draak zag de acrobaat. "Kun je springen?" vroeg de draak. "Ja!" zei de acrobaat. De draak sprong ook. Plons! Hij viel in de grote ton met water. "Haha!" lachten de mensen.
De draak kwam eruit. "Ik ben nat!" zei hij. De publiek klapte. De draak lachte ook.
Toen zag de draak de clown. "Kun je een truc doen?" vroeg de draak. "Ja!" zei de clown. De clown maakte een ballon. "Kijk!" zei de clown. De draak blies en maakte een grote ballon. "Wauw!" zei iedereen.
De draak voelde zich geweldig. "Ik wil ook een truc!" riep de draak. De magiër zei: "Tover met mij!" De draak zwaaide zijn staart en... Oeps! Hij toverde een regenboog!
Iedereen juichte. "Wat een magie!" riep de draak blij. De circus was vol lach en vreugde. De draak had de beste dag ooit!