De kerst-ochtend
Het was vroeg in de ochtend, vlak voor Kerstmis. Buiten lag een zacht wit laagje sneeuw.
Binnen lag Lotte, een meisje van vier jaar, warm in haar bed.
Ze deed haar ogen open en luisterde.
Ze hoorde mama in de keuken.
Ze hoorde papa zacht neuriën.
En ergens verderop rinkelde een klein belletje.
Lotte ging rechtop zitten.
Het was een beetje fris in haar kamer.
Een koude lucht kietelde haar neus.
Ze stapte uit bed, deed haar warme slofjes aan en liep naar het raam.
Het raam stond een stukje open.
“Brrr,” zei Lotte, “de lucht is koud.”
Ze blies wolkjes met haar mond.
Dat vond ze grappig, maar het voelde ook rillerig.
“Vandaag moet het lekker warm zijn,” fluisterde ze.
“Want het is bijna Kerstmis. Alles moet knus zijn.”
Ze keek naar buiten.
De sneeuw glinsterde.
De lucht was lichtgrijs.
En bij het huis van de buren zag ze kleine lichtjes twinkelen.
“Wat mooi,” zei Lotte zacht.
Maar toen woei er weer een koude wind langs haar wangen.
“Ik ga alle ramen dichtdoen,” besloot Lotte.
“Dan blijft alle warmte binnen. Dan wordt het extra gezellig.”
Alle ramen dicht
Lotte ging haar kamer uit.
In de gang rook ze kruidige koekjes.
Haar buikje knorde een beetje.
Ze liep eerst naar de kamer van haar kleine broertje Sam.
Daar stond ook een raam een beetje open.
Sam lag nog te slapen, met zijn knuffelbeer in zijn armen.
Zijn neusje was een beetje rood.
“Dag Sam,” fluisterde Lotte, “ik maak het warm voor jou.”
Heel zachtjes duwde ze het raam dicht.
Klik.
Geen koude wind meer.
Toen liep ze naar de woonkamer.
Een grote groene kerstboom stond in de hoek, vol lichtjes en slingers.
De lichtjes knipperden zacht, als kleine sterretjes.
“Mooie boom,” zei Lotte.
Bij de bank stond een raam een kiertje open.
Een dun straaltje koude lucht kroop naar binnen.
“Nee hoor, jij blijft buiten,” zei Lotte lachend.
Ze schoof het raam dicht met haar twee handen.
De kamer werd meteen knusser.
Mama kwam uit de keuken.
Ze droeg een rode trui met een rendier erop.
“Goedemorgen, mijn kerstster,” zei mama.
“Wat ben jij vroeg.”
“Ik ben ramen-dichter,” zei Lotte trots.
“Ik wil dat het lekker warm is. Voor ons allemaal.”
Mama glimlachte.
“Wat lief van jou,” zei ze.
“Dan smaakt de warme chocolademelk straks nog beter.”
Een warme kerstknuffel
In de keuken stond papa bij de oven.
Hij haalde een plaat met koekjes eruit.
“Hmm, kerstkoekjes!” riep Lotte.
Ze liep naar het kleine keukentje.
Het raam daar stond ook een beetje open, heel hoog.
“Dat is de laatste,” zei Lotte.
Papa tilde haar op.
Samen duwden ze het raam dicht.
“Nu blijft alle warmte binnen,” zei papa.
“En alle gezelligheid ook.”
Lotte keek rond.
Mama zette kopjes neer.
Op tafel brandden twee kleine kaarsjes.
Ze wiebelden met zachte, gouden vlammetjes.
“Het is zo mooi,” zei Lotte.
“De boom, de kaarsjes, de koekjes… en wij samen.”
Mama gaf haar een mok met warme chocolademelk.
“En geen tocht meer,” zei ze.
“Dankzij jou.”
Toen kwam Sam binnen op zijn dikke sokken.
Hij wreef in zijn oogjes.
“Is het al Kerst?” vroeg hij slaperig.
“Bijna,” zei Lotte.
“Maar het is al wel warm en gezellig.”
Ze ging tussen mama en papa op de bank zitten.
Sam kroop ook erbij, met zijn beer.
De lichtjes van de kerstboom twinkelden.
Lotte voelde de warmte van de chocolademelk in haar handen.
Ze voelde de warmte van haar familie om zich heen.
Geen koude wind meer, alleen zachte geuren van koekjes en dennen.
Ze zuchtte blij.
“Nu is ons huis een echte kerstknuffel,” zei ze.
Papa legde een arm om haar heen.
Mama aaide door haar haar.
Buiten dwarrelden de sneeuwvlokjes.
Binnen was het rustig, warm en licht.
Lotte sloot even haar ogen.
Ze luisterde naar het zachte praten van haar ouders en het kleine giechelen van Sam.
Haar hartje voelde vol en rustig.
En zo begon hun kerst, in een huis vol warmte, licht en liefde.