Beer Bo woont in een knus huisje aan de rand van het winterbos. Buiten vallen zachte sneeuwvlokjes, heel langzaam, alsof ze ook geduld oefenen. Binnen brandt een klein vuurtje. Het ruikt naar dennennaalden en warme melk.
“Het is bijna Kerstmis,” zegt Beer Bo. “Ik wil kaneelstokjes ophangen. Dat ruikt zo fijn.”
Op de tafel liggen mooie kaneelstokjes. Bruin en netjes opgerold. Er ligt ook rood lint, een klein schaartje en een haakje.
Beer Bo pakt een lint. “Ik doe het snel,” zegt hij.
Maar oeps. Het lint glijdt uit zijn poot. Het rolt over de vloer, zigzag, onder de stoel.
Beer Bo knippert met zijn ogen. “Hé… weg lint.”
Dan hoort hij een zacht stemmetje. “Ik zie het!” piept Muis Miep. Ze komt tevoorschijn met het lint in haar pootjes.
“Dank je,” zegt Beer Bo. “Nu ga ik echt snel.”
Hij probeert een strik te maken. Eén oor, twee oren… maar de strik zakt in. Flop.
Beer Bo zucht heel klein. “Waarom lukt het niet?”
“Rustig,” zegt Uil Uno vanaf de kast. “Kerstmis loopt niet weg. We doen het stap voor stap.”
Beer Bo knikt. “Stap voor stap,” herhaalt hij.
Samen leggen ze het lint recht. Muis Miep houdt het uiteinde vast. Uil Uno kijkt mee. Beer Bo maakt langzaam een lus. Dan nog een lus. En dan trekt hij zachtjes aan.
“Ta-da,” zegt Beer Bo.
“Mooi!” zegt Muis Miep. “Nog één!”
Beer Bo glimlacht. “Nog één,” zegt hij, en weer: “Stap voor stap.”
Ze maken nog een strik. En nog één. De kaneelstokjes bungelen nu aan het rode lint. Ze wiegen een beetje, alsof ze dansen.
Dan lopen ze naar de kerstboom. De boom glinstert met kleine lichtjes. Beer Bo hangt het eerste kaneelstokje op een lage tak.
Snif snif. “Mmm,” zegt Beer Bo. “Kerst ruikt naar kaneel.”
“En naar samen,” zegt Uil Uno.
“En naar geduld,” zegt Muis Miep, heel wijs.
Beer Bo hangt de rest op. Eén voor één. Niet te snel. Hij wacht even, kijkt, en kiest een mooie plek. De boom wordt warmer van kleur. Bruin, rood, groen. Alles past bij elkaar.
Als de laatste hangt, klapt Beer Bo zachtjes in zijn poten. “Het is gelukt.”
Buiten valt de sneeuw nog steeds rustig. Binnen zit Beer Bo tussen zijn vrienden. Ze drinken warme melk met een klein beetje honing. De lichtjes fonkelen, de kaneel ruikt zoet, en Beer Bo voelt zich blij en veilig.
“Fijne Kerst,” fluistert Beer Bo.
“Fijne Kerst,” fluisteren Muis Miep en Uil Uno terug.