In een verre tijd, lang geleden, leefde er een grote diplodocus. Zijn naam was Dino. Dino had een lange nek en een zachte, groene huid. Hij woonde in een mooi, vulkanisch land met veel bomen en bloemen.
Op een dag zei Dino: "Ik wil een vriend vinden!" Zijn grote ogen glinsterden van enthousiasme. Hij wilde niet alleen zijn. "Wie kan mijn vriend zijn?" vroeg hij luid.
Dino begon te wandelen. "Hallo, kleine dino!" riep hij. Het was een vrolijke stegosaurus. "Wil jij mijn vriend zijn?" vroeg Dino.
De stegosaurus zei: "Ja, dat wil ik! Mijn naam is Steggy. Laten we samen spelen!"
Dino en Steggy speelden met de vlinders en dansten in de zachte wind. "Wat leuk!" lachte Dino. "We zijn goede vrienden!"
Maar toen hoorden ze een zacht gesis. "Wat is dat?" vroeg Steggy. "Ik weet het niet," zei Dino. "Laten we kijken."
Ze kwamen bij de vulkaan. "Hallo, vulkaan!" riep Dino. "Ben jij ook onze vriend?"
De vulkaan gromde. "Ik ben een sterke vriend, maar ik heb hulp nodig!" zei hij. "Help mij om niet te uitbarsten!"
Dino en Steggy zeiden: "Ja, we helpen je!" Ze zochten naar grote stenen en maakten een muur. "Zo, nu ben je veilig!" zei Steggy.
De vulkaan glimlachte. "Dank jullie wel, lieve vrienden!" zei hij.
Dino en Steggy voelden zich blij. "We hebben een nieuwe vriend!" zei Dino. En zo gingen ze samen verder, een grote, gelukkige vriendenclub in het prachtige, vulkanische land.