Hoofdstuk 1: De Grote Slechterik
Er was eens een grote, donkergroene bos vol hoge bomen en zachte bloemen. In het bos woonden drie lieve meisjes: Lila, Milla en Roos. Ze waren beste vriendinnen en altijd samen. Op een dag, terwijl ze speelden, hoorden ze een raar geluid.
“Wat was dat?” vroeg Lila, met grote ogen.
“Mmm, ik weet het niet,” zei Milla, “maar het komt van de andere kant van het bos.”
“Laten we gaan kijken!” zei Roos dapper. De meisjes pakten elkaars hand en liepen voorzichtig verder het bos in.
Hoofdstuk 2: De Ontmoeting met de Wolf
Ze kwamen bij een grote, oude boom met een holte erin. Plotseling sprong er een grote wolf uit de schaduw! Zijn ogen glinsterden als sterren en zijn vacht was grijs als de wolken.
“Hallo, meisjes,” zei de wolf met een diepe stem. “Ik ben de Grote Slechterik. Hebben jullie mij gehoord?”
De meisjes schrokken, maar Lila herinnerde zich dat ze dapper moest zijn. “Ja, dat hebben we gehoord. Wat wil je van ons?”
De wolf zuchtte. “Ik wil geen slechte dingen doen, maar iedereen heeft mij altijd zo genoemd. Ik ben eenzaam en wil vrienden maken.”
Milla keek naar de wolf. “Maar je hebt ons bang gemaakt. Waarom ben je zo groot en eng?”
“Dat is gewoon wie ik ben,” antwoordde de wolf. “Maar ik kan ook aardig zijn. Willen jullie mij leren kennen?”
Roos, die altijd nieuwsgierig was, zei: “Ja, maar je moet ons beloven dat je vriendelijk zult zijn!”
“Dat beloof ik,” zei de wolf en zijn ogen straalden van hoop.
Hoofdstuk 3: Vriendschap en Moed
De meisjes besloten om de wolf beter te leren kennen. Ze vroegen hem naar zijn favoriete dingen. “Wat eet je graag?” vroeg Milla.
“Ik hou van sappige bessen en zoete appels,” antwoordde de wolf met een glimlach.
“Dan kunnen we samen op zoek gaan naar bessen!” zei Lila enthousiast.
Samen gingen ze het bos in, op zoek naar lekkere bessen. Ze lachten en zongen terwijl ze hun manden vulden. De wolf vertelde verhalen over zijn avonturen in het bos en de meisjes luisterden met open ogen.
“We zijn blij dat we je leren kennen,” zei Roos. “Jij bent niet de Grote Slechterik, maar gewoon een eenzame wolf.”
De wolf voelde zich gelukkig en zei: “Dank jullie wel, meisjes. Jullie hebben mij laten zien dat vriendschap belangrijk is. Samen kunnen we alles aan!”
En zo werden de grote wolf en de drie meisjes vrienden. Ze leerden dat moed hebben niet alleen betekent dat je bang kunt zijn, maar dat je ook open kunt staan voor nieuwe vriendschappen.
En zo speelden ze elke dag samen in het bos, blij en gelukkig. De wolf was niet langer de Grote Slechterik, maar de beste vriend van Lila, Milla en Roos.
En ze leefden nog lang en gelukkig.