Deel 1
In een klein dorpje was er een grote bibliotheek. In die bibliotheek waren er veel boeken. Twee kinderen, Emma en Tim, gingen daar vaak heen. Ze hielden van boeken. Op een dag vonden ze een oud boek. Het boek was dik en had een bruine kaft. Emma opende het boek en vond een kaart.
"Wat is dit?" vroeg Emma.
"Het lijkt op een schatkaart!" zei Tim opgewonden.
"Zullen we op avontuur gaan?" vroeg Emma.
"Ja! Laten we de schat zoeken!" riep Tim.
Ze keken goed naar de kaart. Er stonden bomen, een rivier en een grote X op. "De X betekent dat daar de schat is!" zei Emma.
Deel 2
Emma en Tim gingen op pad. Ze volgden de kaart. Eerst kwamen ze bij een grote boom. "Kijk! De boom op de kaart," zei Tim.
"Ja, daar moeten we naar rechts," zei Emma.
Ze liepen verder en kwamen bij een rivier. Het water glinsterde in de zon. "De rivier is mooi," zei Tim.
"En daar is de brug," zei Emma. "We moeten eroverheen."
Ze liepen over de brug. Aan de andere kant zagen ze een veld vol bloemen. "Oh, wat mooi!" zei Tim.
"En daar is de grote X," zei Emma. "We zijn dichtbij!"
Deel 3
Ze liepen naar de X. "Waar zou de schat zijn?" vroeg Tim.
"Kijk daar!" riep Emma. Ze wees naar een kleine heuvel. "Misschien is het daar."
Emma en Tim begonnen te graven. Ze gebruikten hun handen. Plotseling voelde Tim iets hards. "Ik voel iets!" riep hij.
Emma hielp hem graven. Ze vonden een kleine kist. "We hebben het gevonden!" zei Emma blij.
Tim opende de kist. Er zaten mooie stenen en een brief in. "Wat staat er op de brief?" vroeg Emma.
Tim las de brief hardop. "Gefeliciteerd, slimme schatzoekers! Jullie hebben de schat gevonden. Deel deze stenen met je vrienden en geniet van het avontuur."
Emma en Tim lachten. "Wat een leuke dag!" zei Emma.
"Ja, en we hebben een schat gevonden!" zei Tim.
Ze namen de stenen mee en vertelden hun vrienden over hun avontuur. Iedereen was blij. Emma en Tim waren trots. Ze hadden de schat gevonden en een avontuur beleefd. En zo eindigde hun spannende dag in het dorp.